Vorig jaar was er al sprake van: de nieuwe baan. Ergens in de aanloop naar het einde van het oude jaar had ik eindelijk een nieuwe baan gevonden. Het had wat voeten in aarde gekregen, verschillende sollicitaties had ik doorlopen en begon ik inmiddels langzaam de hoop te verliezen. Het was zelfs zo erg geworden dat ik op een gegeven moment een andere baan gevonden leek te hebben bij een andere afdeling op mijn vorige werkgever, maar dat deze om zeer mysterieuze redenen niet door ging. Ik begon werkelijk de moed flink te verliezen toen ik eigenlijk uit het niets gebeld werd vanwege een sollicitatiebrief die ik geschreven had. Ze hadden mijn brief ontvangen en geconstateerd dat ik niet de geschikte persoon voor de functie was. Die hadden ze namelijk allang gevonden, maar mijn ervaringen vonden ze wel interessant. Of ik toevallig interesse had in een sollicitatiegesprek op een andere afdeling. Ik hoefde niet lang na te denken, de vacature had ik al zien prijken op het netwerk van mijn werkgever (de grote overkoepelende baas bedoel ik dan). Ik had wel oren naar een gesprek en binnen enkele minuten had ik een afspraak geregeld.
Daarna ging het hard, even een gesprek. Een erg leuk en plezant gesprek mag ik wel zeggen en enkele dagen later kreeg ik het verlossende telefoontje. Ze wilde mij heel graag opnemen in hun team. Ik mocht op 1 januari beginnen. Nu was het bedrijf natuurlijk op 1 januari gesloten, zoals elk normaal, zichzelf respecterend bedrijf is. Het zou uiteindelijk 5 januari oftewel afgelopen maandag worden. Tenslotte ben ik nooit werkzaam op vrijdag omdat ik dan de zorg voor mijn telgen heb en daar totaal niets laat tussenkomen, zelfs geen baan.
Afgelopen maandag stond ik vroeg op om rond negen uur op mijn nieuwe werk te verschijnen. Ik was heel benieuwd. Heel benieuwd naar het werkelijke uiterlijk van het werk, al had ik op zich in het sollicitatiegesprek en het rondje over de afdeling al een redelijk beeld kunnen krijgen. Naar de onderlinge sfeer tussen de collega's was ik ook heel benieuwd. Waren het aardige mensen? Kon ik wel met ze opschieten? En meer van dat soort dingen. En natuurlijk de kennis die ik allemaal zou gaan opdoen. Tenslotte ging ik van hulpverlening binnen autoverzekeringen over naar iets totaal anders. Naar pensioenen. Ik zou opeens alles van pensioenen moeten leren en weten. Een totaal andere wereld dan de wereld van autoverzekeringen, zoveel wist ik in ieder geval. Maar ik maakte mij geen zorgen, alles valt te leren en eigenlijk zijn pensioenen veel interessanter dan een simpele autoverzekering ooit zal worden. Pensioenen zijn in ieder geval een ieders toekomst en een autoverzekering niet meer dan een luxe-product. Het zou mij allemaal benieuwen.
Inmiddels zijn we een week verder. Een week vol verrassingen en heel veel opgedane kennis over de wonderlijke wereld van pensioenen. Inmiddels weet ik wel dat het werkelijk een wondere wereld is. Zelfs een hele diverse wereld waar elk jaar de hele boel omgegooid kan worden. Maar wat mij vooral versteld deed staan is de manier waarop men met elkaar omging. Ik heb mijn echte werkgever nooit verlaten. Alleen ben ik overgestapt naar een ander bedrijfsonderdeel, maar ik had net zo goed bij een heel ander bedrijf kunnen gaan werken. Wat een verschil in cultuur, manieren van werken en leiding geven. Opeens wordt je geacht zelf aan je ontwikkeling te gaan werken en wordt alles wat je op dit gebied beloond met cursussen en een beter salaris. Ik werk er pas een week en ben nu al in de running om in te stappen op een project. Iets wat zeer op prijs wordt gesteld, door mij als door mijn nieuwe werkgever.
Het is mij na één week al duidelijk dat mijn vorige werkgever alleen maar in naam onderdeel is van het grote bedrijf, maar verder weigert er onderdeel van uit te maken. De cultuur die ik nu meemaak is totaal anders dan ik ooit meegemaakt heb en nu heb ik er spijt van dat ik niet veel, veel eerder weggegaan ben. Wat een tijd heb ik daar verspild.... maar blijkbaar had ik het nodig. Nu is mijn nieuwe werkgever natuurlijk ook niet alleen maar koek en eieren. Ook daar zijn genoeg punten ter verbetering aan te geven. Zo zou een snellere toegang tot de systemen best fijn zijn, ik kan namelijk na één week werken nog steeds niet inloggen onder mijn eigen naam. Ik kan niet eens mijn meel controleren omdat ik er niet bij kan komen, maar dat lost zich in de komende dagen waarschijnlijk wel op. Ik wacht rustig af. Ik vermaak mij in ieder geval uitstekend op mijn nieuwe werk. Dat daarbij de wonderlijke wereld van pensioenen nog reuze interessant is ook neem ik maar op de koop toe. Het is in ieder geval geen saaie materie die alleen oude mensen treft. Pensioen zijn de toekomst en ik ga nu mijn eigen pensioen even controleren, want opeens weet ik hoe belangrijk het is. Vooral als je de schrijnende verhalen gehoord hebben van mensen die jarenlang gesloofd hebben en uiteindelijk met niets blijven zitten omdat ze nooit hun overzichten bekeken hebben.
10 januari 2009
Melchior
Dokter House zegt dat bijna doodgaan niets veranderd. Dat doodgaan pas iets veranderd, maar dat is niet waar. Bijna doodgaan veranderd zeker wel wat. Het veranderd genoeg, meer dan het daadwerkelijke doodgaan. Tenslotte is de dood niets meer dan het einde van een leven. Na de dood blijven er alleen mensen achter, geliefden, vrienden, kennissen en collega's. Niets meer en niets minder. Zij moeten leren leven met het verlies van iemand, wat voor de één makkelijker is dan voor de ander. Maar met bijna doodgaan zijn er veel meer mensen betrokken. Je blijft tenslotte leven en moet leren leven met de ervaring van het bijna sterven. Opeens weet je hoe breekbaar het leven kan zijn. Hoe fragiel het lichaam is dat je laat ronddwalen over deze aarde. Maar laat ik het niet over doodgaan, bijna doodgaan of op een andere manier sterven hebben. De wereld is al zwaar genoeg zonder dat ik een loodzwaar onderwerp aansnijd.
Gisterenavond lag ik op de grens van waken en slapen. Ik wilde net wegzinken in een welverdiende slaap toen ik mij afvroeg hoe het met Melchior zou gaan. Melchior was iemand die ik héél lang geleden leerde kennen, al kende ik hem eigenlijk niet echt. Ik hoorde alleen over hem, voerde gesprekken over Melchior terwijl hij erbij was zonder dat ik hem kon zien. Ik was als het ware ziende blind voor de wereld waarin Melchior leefde. Toch wist ik bijna alles van hem en was het één van de interessantste personen die ik op dat moment kende. Hij heeft voor vele inzichten gezorgd in de psyche van de menselijke geest. De gesprekken die ik over hem had, over de wereld waarin hij leefde hebben mij vele uren in gedachten doen zinken. Zelfs nu nog kan ik nadenken over de onderwerpen die ik in de gesprekken over Melchior gehoord heb.
Eigenlijk was ik op de een of andere manier Melchior in die tijd, maar toch ook weer niet. Het was net alsof ik plaats nam achter zijn ogen, alsof ik zijn stem overnam en voor hem mocht spreken. Ik kon zijn wereld niet zien, maar begreep wel wat hij allemaal zag omdat het in de gesprekken naar voren kwam. Ik was ziende blind in zijn wereld terwijl Melchior gewoon kon zien. Het werd mij verteld dat hij kon zien, dat ik kon zien terwijl de wereld voor mij duister bleef. Toch wist ik waar hij woonde, hoe hij eruit zag en wat zijn gedachtegoed was. Het was een van de meest vriendelijk, maar wonderlijkste personen die ik op dat moment kende. Eigenlijk is het nog steeds een van de wonderlijkste personen die ik kende. Nooit heeft iemand zijn nalatenschap kunnen evenaren in grootsheid en rariteiten. Op zich is dat ook logisch, Melchior leefde in een droomwereld. Hij leefde letterlijk in een droomwereld. Een droomwereld waarin ik geen plaats had en ook niets van meemaakte. Alleen zorgde Melchior elke keer weer dat ik er een deel van uit maakte door mij zijn mond te lenen en zijn gedachtegoed te bepalen.
Gisterenavond vroeg ik mij af of Melchior nog leefde. Het is al zo lang geleden dat ik over hem hoorde, zeker een jaar of vijftien geleden. Misschien iets korter. Maar gezien de werelden waarin hij leefde, de letterlijke droomwereld die hij dagelijks bezocht zou hem alles kunnen overkomen. Hij zou in de loop der jaren misschien wel verschillende bijna-dood ervaringen opgedaan kunnen hebben. Welke inzichten zouden dat niet opgeroepen hebben? Maar misschien is hij inmiddels wel lang verdwenen en eigenlijk gewoon doodgegaan. Zijn nalatenschap verder in mijn hoofd achtergelaten hebben, want ik blijf er over nadenken. De droomwereld, zijn droomwereld blijft ongrijpbaar maar begrijpelijk. Door hem ben ik tot inzichten gekomen die ik zonder hem nooit heb kunnen bereiken. Ik weet dat ik hem daar nog nooit voor bedankt heb en ik zal het ook nooit meer kunnen doen. Daarom bedank ik hem via deze weg. Misschien dat het ooit bij hem komt als hij nog in leven is. Anders bedoel ik het met terugwerkende kracht. Bedankt, Melchior. Je was een fijn persoon om te kennen, al kende ik je eigenlijk helemaal niet.
Gisterenavond lag ik op de grens van waken en slapen. Ik wilde net wegzinken in een welverdiende slaap toen ik mij afvroeg hoe het met Melchior zou gaan. Melchior was iemand die ik héél lang geleden leerde kennen, al kende ik hem eigenlijk niet echt. Ik hoorde alleen over hem, voerde gesprekken over Melchior terwijl hij erbij was zonder dat ik hem kon zien. Ik was als het ware ziende blind voor de wereld waarin Melchior leefde. Toch wist ik bijna alles van hem en was het één van de interessantste personen die ik op dat moment kende. Hij heeft voor vele inzichten gezorgd in de psyche van de menselijke geest. De gesprekken die ik over hem had, over de wereld waarin hij leefde hebben mij vele uren in gedachten doen zinken. Zelfs nu nog kan ik nadenken over de onderwerpen die ik in de gesprekken over Melchior gehoord heb.
Eigenlijk was ik op de een of andere manier Melchior in die tijd, maar toch ook weer niet. Het was net alsof ik plaats nam achter zijn ogen, alsof ik zijn stem overnam en voor hem mocht spreken. Ik kon zijn wereld niet zien, maar begreep wel wat hij allemaal zag omdat het in de gesprekken naar voren kwam. Ik was ziende blind in zijn wereld terwijl Melchior gewoon kon zien. Het werd mij verteld dat hij kon zien, dat ik kon zien terwijl de wereld voor mij duister bleef. Toch wist ik waar hij woonde, hoe hij eruit zag en wat zijn gedachtegoed was. Het was een van de meest vriendelijk, maar wonderlijkste personen die ik op dat moment kende. Eigenlijk is het nog steeds een van de wonderlijkste personen die ik kende. Nooit heeft iemand zijn nalatenschap kunnen evenaren in grootsheid en rariteiten. Op zich is dat ook logisch, Melchior leefde in een droomwereld. Hij leefde letterlijk in een droomwereld. Een droomwereld waarin ik geen plaats had en ook niets van meemaakte. Alleen zorgde Melchior elke keer weer dat ik er een deel van uit maakte door mij zijn mond te lenen en zijn gedachtegoed te bepalen.
Gisterenavond vroeg ik mij af of Melchior nog leefde. Het is al zo lang geleden dat ik over hem hoorde, zeker een jaar of vijftien geleden. Misschien iets korter. Maar gezien de werelden waarin hij leefde, de letterlijke droomwereld die hij dagelijks bezocht zou hem alles kunnen overkomen. Hij zou in de loop der jaren misschien wel verschillende bijna-dood ervaringen opgedaan kunnen hebben. Welke inzichten zouden dat niet opgeroepen hebben? Maar misschien is hij inmiddels wel lang verdwenen en eigenlijk gewoon doodgegaan. Zijn nalatenschap verder in mijn hoofd achtergelaten hebben, want ik blijf er over nadenken. De droomwereld, zijn droomwereld blijft ongrijpbaar maar begrijpelijk. Door hem ben ik tot inzichten gekomen die ik zonder hem nooit heb kunnen bereiken. Ik weet dat ik hem daar nog nooit voor bedankt heb en ik zal het ook nooit meer kunnen doen. Daarom bedank ik hem via deze weg. Misschien dat het ooit bij hem komt als hij nog in leven is. Anders bedoel ik het met terugwerkende kracht. Bedankt, Melchior. Je was een fijn persoon om te kennen, al kende ik je eigenlijk helemaal niet.
5 januari 2009
Om nooit te vergeten
Geef een mens een wapen en macht om te ge(mis)bruiken... We zijn allemaal hetzelfde, maar laten we het nooit vergeten.
3 januari 2009
Verlammende gedachten
Sinds vanochtend vraag ik mijzelf weer allerlei dingen af. Triviale zaken, maar ook dingen die belangrijk zijn voor het voortbestaan van de wereld. Meestal weet ik het antwoord na enkele minuten vorsen in mijn hoofd wel te verzinnen, alleen blijven er altijd die kleine dingetjes liggen. Dingetjes waar je vroeger nooit een gedachte over wilde laten gaan. Wat zeg ik: waar je überhaupt nooit over nagedacht heb. En nu zitten die vastgebakken in mijn geest. Beheersen ze mijn gedachten op dusdanige manier dat ik niet meer verder kan denken over echt belangrijke zaken. Zoals de idee of ik nog een bak koffie zal gaan zetten. Ik kan daar momenteel niet meer over nadenken omdat er een kleine maar nare geest van een belangrijke gedachte door mijn hoofd spookt. Iets dat mijn gedachten eigenlijk helemaal beheerst zonder dat ik er erg in heb.
Het begon allemaal tien minuten, misschien een half uur geleden. Ik bedacht mij net dat ik moest gaan opschieten om de bus te gaan halen, maar opeens wist ik weer dat ik helemaal geen idee had hoe laat de bus eigenlijk gaat. Ondertussen was ik koffie aan het zetten aangezien ik daar trek in had. Die trek in koffie was weer logisch te verklaren doordat ik net een klein pakje koek (Evergreen, dus geen ongezonde zooi) uit de kast getrokken had en de verpakking aan het open friemelen was. Van koek krijg ik altijd trek in koffie en andersom ook wel eens. Onderwijl ik koffie aan het maken was en de koek aan het open frommelen bedacht ik mij dat ik even moest kijken hoe laat de bus ging. Ik keek, schrok en wist dat ik de bus niet meer ging halen. Het was onmogelijk geworden om koffie te drinken, koek te eten, het haar te kammen en uiteindelijk ook nog mijn tanden poetsen binnen een tijdsbestek van vijf minuten. Het zou de volgende bus moeten worden. Opeens had ik een zee van tijd gekregen. En dan ga ik denken.
Denken over triviale zaken. Zaken die nergens toe leiden en nergens toe doen. Zoals het idee dat ik gisteren niet wist wat ik vandaag zou gaan doen, maar toch wel. Of zaken die ik hier niet durf uit te spreken omdat ik bang ben dat iemand het zal meelezen. Niet zo maar iemand, maar een persoon zoals jij. Gewoon iemand, iemand die ik wel ken maar momenteel ook niet zie. Iemand zoals ik, wanneer ik in de spiegel kijk en denk dat ik geschreven heb. Gewoon zaken, dingen, onderwerpen. De wereld om ons heen is mijn canvas en ik denk daar graag over na. Overspel, oorlog, terreuraanslagen, dierenleed, vrouwenzaken, mannenzaken, een nieuwe baan, plastic tassen, noem ze maar op. Alles passeerde mijn gedachte en allemaal kregen ze mijn onverdeelde aandacht. Over alles dacht ik na tot ik het tot een conclusie kon vermalen. Alleen realiseerde ik mij pas veel te laat dat ik niet alles tot een goed einde kan brengen. Sterker nog ik zou mijn volgende bus ook gaan missen. Op deze manier ga ik mijn volgende bus ook missen. Ik stopte met denken. Dacht ik... Ik heb mijzelf nog nooit zo bedrogen als op dat moment. Ik stopte met denken zoals de paus stopt met katholiek zijn.
Alleen weet ik nu nog niet of ik de bus wel gehaald heb.
Het begon allemaal tien minuten, misschien een half uur geleden. Ik bedacht mij net dat ik moest gaan opschieten om de bus te gaan halen, maar opeens wist ik weer dat ik helemaal geen idee had hoe laat de bus eigenlijk gaat. Ondertussen was ik koffie aan het zetten aangezien ik daar trek in had. Die trek in koffie was weer logisch te verklaren doordat ik net een klein pakje koek (Evergreen, dus geen ongezonde zooi) uit de kast getrokken had en de verpakking aan het open friemelen was. Van koek krijg ik altijd trek in koffie en andersom ook wel eens. Onderwijl ik koffie aan het maken was en de koek aan het open frommelen bedacht ik mij dat ik even moest kijken hoe laat de bus ging. Ik keek, schrok en wist dat ik de bus niet meer ging halen. Het was onmogelijk geworden om koffie te drinken, koek te eten, het haar te kammen en uiteindelijk ook nog mijn tanden poetsen binnen een tijdsbestek van vijf minuten. Het zou de volgende bus moeten worden. Opeens had ik een zee van tijd gekregen. En dan ga ik denken.
Denken over triviale zaken. Zaken die nergens toe leiden en nergens toe doen. Zoals het idee dat ik gisteren niet wist wat ik vandaag zou gaan doen, maar toch wel. Of zaken die ik hier niet durf uit te spreken omdat ik bang ben dat iemand het zal meelezen. Niet zo maar iemand, maar een persoon zoals jij. Gewoon iemand, iemand die ik wel ken maar momenteel ook niet zie. Iemand zoals ik, wanneer ik in de spiegel kijk en denk dat ik geschreven heb. Gewoon zaken, dingen, onderwerpen. De wereld om ons heen is mijn canvas en ik denk daar graag over na. Overspel, oorlog, terreuraanslagen, dierenleed, vrouwenzaken, mannenzaken, een nieuwe baan, plastic tassen, noem ze maar op. Alles passeerde mijn gedachte en allemaal kregen ze mijn onverdeelde aandacht. Over alles dacht ik na tot ik het tot een conclusie kon vermalen. Alleen realiseerde ik mij pas veel te laat dat ik niet alles tot een goed einde kan brengen. Sterker nog ik zou mijn volgende bus ook gaan missen. Op deze manier ga ik mijn volgende bus ook missen. Ik stopte met denken. Dacht ik... Ik heb mijzelf nog nooit zo bedrogen als op dat moment. Ik stopte met denken zoals de paus stopt met katholiek zijn.
Alleen weet ik nu nog niet of ik de bus wel gehaald heb.
2 januari 2009
Van het oude jaar in het nieuwe
Het nieuwe jaar is inmiddels al twee dagen oud en de dagen beginnen weer te lengen, eindelijk. Voor de meeste mensen is het begin van het nieuwe jaar een goed moment om een retrospectief te maken van het oude jaar. Nu ga ik dat absoluut niet door, als je dat wil ga je maar al mijn oude postingen doorlezen. Daar staat genoeg in om een heel jaar bezig te blijven, maar er staat nog niet alles in.
Het oude jaar roerde op het laatste moment nog even de staart. Zo heb ik in de laatste week van vorig jaar de meest dodelijke blik van het jaar toegeworpen gekregen. Al was er niet eens meer sprake van toewerpen. Het was werkelijk een blik waarbij ik ter plaatse dood gewenst werd en het liefst op een manier die pijnlijk, langdurig en zeer naar was. Ik lachte, het maakte mijn hele dag. Ik hou er wel van om mensen op het verkeerde been te plaatsen en vooral als deze mensen in een werksituatie zitten. Daarom kan ik het ook niet laten om de situatie te delen met iedereen die het maar wil horen/lezen.
Ergens vorige week, of de week daarvoor, bevond ik mij op station Leiden Centraal om verder te reizen naar het pittoreske dorpje waar ik woon. Zoals gewoonlijk had ik weer veel te veel tijd om over te stappen waardoor ik mij genoodzaakt zag om even een rondje te lopen over het station. Eigenlijk ging ik even kijken of ik niet beter de bus naar huis kon nemen, maar dat laat ik even buiten beschouwing. Sommige dingen zijn gewoon niet interessant om te vertellen. Terwijl ik rustig mijn eigen zaken aan het benoemen was, uiteraard geheel in stilte, kwam er een jongedame op mij afgelopen. Je kent ze wel, klembord in de ene hand gehouden en een pen in de andere. Haar jas had een logo van een of andere stichting of bedrijf. Op dat moment was het mij nog niet duidelijk welke organisatie ze voor werkzaam was, maar ik had allang gezien dat ze mij a) iets wilde bekopen of b) geld uit mijn zakken wilde kloppen. Ze kwam dichterbij en inmiddels kon ik het logo op haar jas lezen. Ze was donateurs aan het zoeken voor de Kankerstichting en zag in mij waarschijnlijk een potentieel slachtoffer. Hoe mis kon ze het hebben....
"Meneer! Heeft u al goede voornemens voor het nieuwe jaar?" begon ze haar praatje. Ze keek mij onschuldig, maar gretig aan. Gretig naar het antwoord dat ik zou gaan geven. Ze had het hele gesprek waarschijnlijk al in haar hoofd voorgespeeld. Misschien had ze op deze manier al verschillende mensen in een donateurschap kunnen praten, alleen had ik geen zin om aan beide mee te werken. "Ja!" antwoordde ik. Haar blik ging van gretig naar verwachtingsvolle blijheid terwijl ik even deed of ik nadacht. "In het nieuwe jaar ga ik absoluut niet meer aan Goede Doelen doen!" Ik heb nog nooit iemand zo snel van gezichtsuitdrukking zien wisselen. Het was duidelijk dat dit niet het antwoord was waar ze zo desperaat op stond te wachten. Ze stamelde een beetje toen ze haar volgende vraag stelde. "Mag ik vragen... waarom niet?" Ik had haar duidelijk flink van haar stuk gebracht. Ik deed weer of ik nadacht. Op de een of andere manier had ik het idee dat het zo hoorde. Je denkt even na voordat je een weloverwogen antwoord geeft dat iemand flink van haar stuk kan brengen. "Nou..." begon ik: "Eerlijk gezegd vind ik Goede Doelen de grootste onzin die er bestaan." En met die woorden kreeg ik de meest giftige blik ooit toegeworpen. Ze wenste mij werkelijk een hele pijnlijke dood toen ze tussen haar tanden door sprak: "Dan zijn wij duidelijk uuitgepaat!" en om het kracht bij te zetten drukte ze haar dierbare klembord tegen haar borst. Ik lachte naar haar, wenste haar een hele goede jaarwisseling en liep weg. De lach bleef nog even op mijn gezicht zitten en de mensen om mij heen lachte mee. Ze zagen de vrolijkheid in mijn ogen.
Het oude jaar stond naast deze gebeurtenis ook in de afsluiting van mijn oude werk. Tien jaar heb ik gewerkt bij mijn oude werkgever en op de allerlaatste dag van het jaar werkte ik ook de allerlaatste dag aldaar. Het is een vreemde situatie om nog ergens te werken terwijl je weet dat je weggaat. Alles staat in het teken van afscheid nemen en weten dat je dingen nooit meer zal zien of doen. Daarom was het ook goed om dit precies op het laatste moment van het jaar te doen. Tenslotte is er geen betere tijd om aan een nieuwe baan te beginnen dan aan het begin van het nieuwe jaar. Ik ga ook nog maar niemand vuur uit de ogen laten schieten. Dat moet maar wachten tot later in het jaar. Nu staat alles nog in het teken van het nieuwe en afscheid van het oude. Allemaal de allerbeste wensen voor 2009 derhalve!
Het oude jaar roerde op het laatste moment nog even de staart. Zo heb ik in de laatste week van vorig jaar de meest dodelijke blik van het jaar toegeworpen gekregen. Al was er niet eens meer sprake van toewerpen. Het was werkelijk een blik waarbij ik ter plaatse dood gewenst werd en het liefst op een manier die pijnlijk, langdurig en zeer naar was. Ik lachte, het maakte mijn hele dag. Ik hou er wel van om mensen op het verkeerde been te plaatsen en vooral als deze mensen in een werksituatie zitten. Daarom kan ik het ook niet laten om de situatie te delen met iedereen die het maar wil horen/lezen.
Ergens vorige week, of de week daarvoor, bevond ik mij op station Leiden Centraal om verder te reizen naar het pittoreske dorpje waar ik woon. Zoals gewoonlijk had ik weer veel te veel tijd om over te stappen waardoor ik mij genoodzaakt zag om even een rondje te lopen over het station. Eigenlijk ging ik even kijken of ik niet beter de bus naar huis kon nemen, maar dat laat ik even buiten beschouwing. Sommige dingen zijn gewoon niet interessant om te vertellen. Terwijl ik rustig mijn eigen zaken aan het benoemen was, uiteraard geheel in stilte, kwam er een jongedame op mij afgelopen. Je kent ze wel, klembord in de ene hand gehouden en een pen in de andere. Haar jas had een logo van een of andere stichting of bedrijf. Op dat moment was het mij nog niet duidelijk welke organisatie ze voor werkzaam was, maar ik had allang gezien dat ze mij a) iets wilde bekopen of b) geld uit mijn zakken wilde kloppen. Ze kwam dichterbij en inmiddels kon ik het logo op haar jas lezen. Ze was donateurs aan het zoeken voor de Kankerstichting en zag in mij waarschijnlijk een potentieel slachtoffer. Hoe mis kon ze het hebben....
"Meneer! Heeft u al goede voornemens voor het nieuwe jaar?" begon ze haar praatje. Ze keek mij onschuldig, maar gretig aan. Gretig naar het antwoord dat ik zou gaan geven. Ze had het hele gesprek waarschijnlijk al in haar hoofd voorgespeeld. Misschien had ze op deze manier al verschillende mensen in een donateurschap kunnen praten, alleen had ik geen zin om aan beide mee te werken. "Ja!" antwoordde ik. Haar blik ging van gretig naar verwachtingsvolle blijheid terwijl ik even deed of ik nadacht. "In het nieuwe jaar ga ik absoluut niet meer aan Goede Doelen doen!" Ik heb nog nooit iemand zo snel van gezichtsuitdrukking zien wisselen. Het was duidelijk dat dit niet het antwoord was waar ze zo desperaat op stond te wachten. Ze stamelde een beetje toen ze haar volgende vraag stelde. "Mag ik vragen... waarom niet?" Ik had haar duidelijk flink van haar stuk gebracht. Ik deed weer of ik nadacht. Op de een of andere manier had ik het idee dat het zo hoorde. Je denkt even na voordat je een weloverwogen antwoord geeft dat iemand flink van haar stuk kan brengen. "Nou..." begon ik: "Eerlijk gezegd vind ik Goede Doelen de grootste onzin die er bestaan." En met die woorden kreeg ik de meest giftige blik ooit toegeworpen. Ze wenste mij werkelijk een hele pijnlijke dood toen ze tussen haar tanden door sprak: "Dan zijn wij duidelijk uuitgepaat!" en om het kracht bij te zetten drukte ze haar dierbare klembord tegen haar borst. Ik lachte naar haar, wenste haar een hele goede jaarwisseling en liep weg. De lach bleef nog even op mijn gezicht zitten en de mensen om mij heen lachte mee. Ze zagen de vrolijkheid in mijn ogen.
Het oude jaar stond naast deze gebeurtenis ook in de afsluiting van mijn oude werk. Tien jaar heb ik gewerkt bij mijn oude werkgever en op de allerlaatste dag van het jaar werkte ik ook de allerlaatste dag aldaar. Het is een vreemde situatie om nog ergens te werken terwijl je weet dat je weggaat. Alles staat in het teken van afscheid nemen en weten dat je dingen nooit meer zal zien of doen. Daarom was het ook goed om dit precies op het laatste moment van het jaar te doen. Tenslotte is er geen betere tijd om aan een nieuwe baan te beginnen dan aan het begin van het nieuwe jaar. Ik ga ook nog maar niemand vuur uit de ogen laten schieten. Dat moet maar wachten tot later in het jaar. Nu staat alles nog in het teken van het nieuwe en afscheid van het oude. Allemaal de allerbeste wensen voor 2009 derhalve!
19 december 2008
Globale opwarming: een leugen?
Vanochtend was het weer tijd om de doktersassistente te bellen. Tenslotte had zij mij gisteren ook volgestopt vol met goede raad over ziekten en de behandeling daarvan. Misschien kon ik vandaag wel weer een of andere wijze raad van haar los frutselen. Ik weet niet wat het was, misschien wist ze dat ik zou bellen of had ik gewoon geluk. In ieder geval kreeg ik haar bij de eerste poging al te pakken. Niet weer ellenlang bellen, bellen en bellen om afgescheept te worden met een ingesprektoon.
Ze kwam gelijk ter zake. Zoals ik al gedacht had wist ze dat ik belde, maar in plaats van over ziekten en de behandeling daarvan te praten sprak ze over de leugens die om het zogenaamde fenomeen global warming (de opwarming van de aarde)liggen. Als ik haar moest geloven is het een van de grootste leugens dat het gas CO2 dé oorzaak is voor de globale opwarming. Dit is alleen maar verzonnen om geld te slaan uit een natuurlijk fenomeen en de mensheid nog dommer te houden dan ze al zijn. "Is dit echt waar?" bracht ik uit. Ze knikte, iets wat ik door de telefoon natuurlijk niet kon zien maar ik wist zeker dat ze knikte. "Zoek het maar op... Je hebt toch internet? Er is zat informatie over te vinden." En ze hing op. Daar zat ik weer met een onbevredigend gevoel en nieuwe informatie om over na te denken.
Ik weet niet goed wat ik van de verhalen over de stijging van de wereldtemperatuur moet denken. Al van het begin der tijden ben ik niet echt geneigd om de voorgekauwde verhaaltjes over relatie tussen de uitstoot van CO2-gas en de opwarming van de aarde te geloven. Het verhaal is veel te eenzijdig om de waarheid te kunnen zijn, maar ik ben ook geen expert en helemaal geen meteoroloog. Ik kan het net zo goed gruwelijk mis hebben, net zoals iedereen dat kan. Toch wist ik niets van het fenomeen wat mijn doktersassistente "de leugen over global warming" noemde en ik besloot het inderdaad op te gaan zoeken. Internet is de bron van alle informatie en ook hierover is blijkbaar genoeg te vinden.
Alleen vind ik weinig achtergronden die de theorie over de leugen staven. Veel mensen spreken over de onzin die om het CO2-gas hangen en dat het absoluut niet de oorzaak van de opwarming is. Meeste site noemen de straling van de zon als belangrijkste oorzaak, maar nergens kan ik dit gestaafd zien met mooie schema's en statistieken. Niet dat dit ook maar iets hoeft te betekenen. Als het inderdaad een grote leugen is, welke is verzonnen door regeringen en achterliggende groot-industriëlen dan is het logisch dat de tegenstanders totaal geen grond krijgen om hun theorieën te staven. Het zegt dus niets dat er geen wetenschappelijke verhalen te vinden zijn. Er zijn wel genoeg verhalen van wetenschappers die tegengekomen zijn op hun eerdere meningen over de opwarming van de aarde. Daarbij is de documentaire van Al Gore zo vreselijk eenzijdig opgesteld dat het gewoon té gemakkelijk is. Dat zijn levenshouding en omgang met CO2-uitstoot ook totaal in strijd met wat hij wil uitdragen dat ik hem weiger te geloven. Laten we hem maar in zijn eigen, flink opgewarmde sop gaarkoken.
Het blijft wel een feit dat ons klimaat de afgelopen jaren ingrijpend veranderd is. Het is ook warmer geworden, maar aangezien de geschiedenis van de aarde fluctuaties schijnt te vertonen is het blijkbaar een natuurlijk fenomeen. Ik kan er niets anders van maken, maar waarom dan toch die oorlog tegen de uitstoot van CO2-gassen... Laat ik eens een theorie van mijn kant de wereld in helpen. Misschien heeft het alles te maken met het feit dat onze fossiele brandstoffen aan het opraken zijn. Toevallig de grootste bron van CO2-uitstoot. Daarbij zijn de fossiele brandstoffen (zoals olie) voor het grootste gedeelte in handen van megalomane idioten en minder westers-gerichte landen dus lijkt het zaak om een alternatief te zoeken. Dat alternatief zal op het gebied van duurzame energieën liggen. Tenslotte raken die nooit op, kan iedereen er gebruik van maken en is het overal op te wekken. Alleen zijn de investeringen om duurzame energieën op te wekken nogal hoog. Misschien gaat voor niets de zon op, het kost wel wat om de zonnestralen om te zetten naar energie. In ieder geval meer dan het verbranden van wat fossiele brandstoffen, tenminste dat idee is in mijn hoofd gegroeid.
Zou het dan kunnen dat men probeert een gedachtenverandering op te roepen door te beweren dat het klimaat naar de klote gaat omdat wij fossiele brandstoffen blijven gebruiken. Brandstoffen die langzaam opraken en daardoor steeds meer een afhankelijkheid-positie zullen oproepen, maar aan de andere kant ook makkelijk te winnen brandstoffen en daardoor moeilijk op te geven. Het zou zo maar kunnen. Ik wil er best in gaan geloven. Het is dat of er zijn gewoon mensen die proberen ontiegelijk veel geld te verdienen met natuurlijke processen, zoals de huidige opwarming van de aarde. Als het weekend niet voor de deur stond zou ik het de doktersassistente kunnen vragen. Misschien dat zij nog een interessante theorie had om die van mij gruwelijk onderuit te halen. Ik ben tenslotte geen wetenschapper en zij heeft een vak geleerd.
Ze kwam gelijk ter zake. Zoals ik al gedacht had wist ze dat ik belde, maar in plaats van over ziekten en de behandeling daarvan te praten sprak ze over de leugens die om het zogenaamde fenomeen global warming (de opwarming van de aarde)liggen. Als ik haar moest geloven is het een van de grootste leugens dat het gas CO2 dé oorzaak is voor de globale opwarming. Dit is alleen maar verzonnen om geld te slaan uit een natuurlijk fenomeen en de mensheid nog dommer te houden dan ze al zijn. "Is dit echt waar?" bracht ik uit. Ze knikte, iets wat ik door de telefoon natuurlijk niet kon zien maar ik wist zeker dat ze knikte. "Zoek het maar op... Je hebt toch internet? Er is zat informatie over te vinden." En ze hing op. Daar zat ik weer met een onbevredigend gevoel en nieuwe informatie om over na te denken.
Ik weet niet goed wat ik van de verhalen over de stijging van de wereldtemperatuur moet denken. Al van het begin der tijden ben ik niet echt geneigd om de voorgekauwde verhaaltjes over relatie tussen de uitstoot van CO2-gas en de opwarming van de aarde te geloven. Het verhaal is veel te eenzijdig om de waarheid te kunnen zijn, maar ik ben ook geen expert en helemaal geen meteoroloog. Ik kan het net zo goed gruwelijk mis hebben, net zoals iedereen dat kan. Toch wist ik niets van het fenomeen wat mijn doktersassistente "de leugen over global warming" noemde en ik besloot het inderdaad op te gaan zoeken. Internet is de bron van alle informatie en ook hierover is blijkbaar genoeg te vinden.
Alleen vind ik weinig achtergronden die de theorie over de leugen staven. Veel mensen spreken over de onzin die om het CO2-gas hangen en dat het absoluut niet de oorzaak van de opwarming is. Meeste site noemen de straling van de zon als belangrijkste oorzaak, maar nergens kan ik dit gestaafd zien met mooie schema's en statistieken. Niet dat dit ook maar iets hoeft te betekenen. Als het inderdaad een grote leugen is, welke is verzonnen door regeringen en achterliggende groot-industriëlen dan is het logisch dat de tegenstanders totaal geen grond krijgen om hun theorieën te staven. Het zegt dus niets dat er geen wetenschappelijke verhalen te vinden zijn. Er zijn wel genoeg verhalen van wetenschappers die tegengekomen zijn op hun eerdere meningen over de opwarming van de aarde. Daarbij is de documentaire van Al Gore zo vreselijk eenzijdig opgesteld dat het gewoon té gemakkelijk is. Dat zijn levenshouding en omgang met CO2-uitstoot ook totaal in strijd met wat hij wil uitdragen dat ik hem weiger te geloven. Laten we hem maar in zijn eigen, flink opgewarmde sop gaarkoken.
Het blijft wel een feit dat ons klimaat de afgelopen jaren ingrijpend veranderd is. Het is ook warmer geworden, maar aangezien de geschiedenis van de aarde fluctuaties schijnt te vertonen is het blijkbaar een natuurlijk fenomeen. Ik kan er niets anders van maken, maar waarom dan toch die oorlog tegen de uitstoot van CO2-gassen... Laat ik eens een theorie van mijn kant de wereld in helpen. Misschien heeft het alles te maken met het feit dat onze fossiele brandstoffen aan het opraken zijn. Toevallig de grootste bron van CO2-uitstoot. Daarbij zijn de fossiele brandstoffen (zoals olie) voor het grootste gedeelte in handen van megalomane idioten en minder westers-gerichte landen dus lijkt het zaak om een alternatief te zoeken. Dat alternatief zal op het gebied van duurzame energieën liggen. Tenslotte raken die nooit op, kan iedereen er gebruik van maken en is het overal op te wekken. Alleen zijn de investeringen om duurzame energieën op te wekken nogal hoog. Misschien gaat voor niets de zon op, het kost wel wat om de zonnestralen om te zetten naar energie. In ieder geval meer dan het verbranden van wat fossiele brandstoffen, tenminste dat idee is in mijn hoofd gegroeid.
Zou het dan kunnen dat men probeert een gedachtenverandering op te roepen door te beweren dat het klimaat naar de klote gaat omdat wij fossiele brandstoffen blijven gebruiken. Brandstoffen die langzaam opraken en daardoor steeds meer een afhankelijkheid-positie zullen oproepen, maar aan de andere kant ook makkelijk te winnen brandstoffen en daardoor moeilijk op te geven. Het zou zo maar kunnen. Ik wil er best in gaan geloven. Het is dat of er zijn gewoon mensen die proberen ontiegelijk veel geld te verdienen met natuurlijke processen, zoals de huidige opwarming van de aarde. Als het weekend niet voor de deur stond zou ik het de doktersassistente kunnen vragen. Misschien dat zij nog een interessante theorie had om die van mij gruwelijk onderuit te halen. Ik ben tenslotte geen wetenschapper en zij heeft een vak geleerd.
18 december 2008
Onzin over bedmijten
Nadat ik mijn telgen naar bed had gebracht begon ik mij af te vragen hoe lang bedmijten eigenlijk overleven op de in het bed wanneer de dekens opengeslagen worden. Ik besloot het op te zoeken in Google en mijn kennis over het rijk der minuscule diertjes weer een beetje te vergroten. Het duurde niet lang voordat ik leerde dat ik niet op zoek was naar informatie over bedmijten, maar over de algemeen voorkomende huisstofmijt. Dat zijn de microscopisch kleine wezentjes die leven van achtergebleven huidschilfers en bij mensen redelijk onaangename allergieën kunnen achterlaten.
Bedmijten zijn de grotere broertjes van de huisstofmijten en leven helemaal niet van huidschilfers (zoals ik dacht). In tegendeel zelfs, die beesten prikken je gewoon lek om even lekker je bloed uit je te zuigen. Zij zijn de Dracula's in de slaapkamer. Overal onschuldige maagden en andere mensen een beetje ontdoen van het heerlijke rode vocht dat door onze aderen stroomt. Gelukkig zijn deze mijten groot genoeg om met het blote oog te zien, mits je geen protheses draagt natuurlijk. Protheses voor de ogen doel ik dan op. Andere hulpstukken zullen geen belemmering opleveren om bedmijten te ontwaren tussen de lakens. Zelfs niet wanneer ze niet gedragen worden, maar laat ik niet verder afdwalen.
In mijn zoektocht naar kennis over de bedmijt, welke ik verwarde met de huisstofmijt, vond ik heel veel informatie. Letterlijk heel veel informatie, alleen niet over de bedmijt. Om de een of andere vreemde reden is dit kleine wezentje onlosmakelijk verbonden met het christelijk creationisme of het daaruit voortgevloeide, maar daarom niet minder belachelijke intelligent design. Alleen was de informatie allemaal geschreven door gewone mensen. Mensen die reacties achterlieten op allerhande fora of gewoon een stuk schreven op hun eigen weblog. Ze wisten de bedmijt om te vormen tot een wezen van nietige proporties die naar de mens zou kijken zoals een mens naar de "schepping" om zich heen moet kijken. De vergelijkingen dat de mens nietig is in het onmetelijke universum, zoals de bedmijt nietig is in onze wereld waren niet van de lucht.
Ergens moest ik heel hard lachen, niet zozeer om de teksten die mensen uitbraakten over het internet. Noch over de volslagen belachelijke redenaties die het gelijk van het creationisme of intelligent design moesten verklaren, maar over het feit dat ze allemaal dezelfde fout maakte als ik. Ik durf mijn handen in het vuur te steken dat ze allemaal doelde op de microscopisch kleine huisstofmijt en totaal niet over bedmijten. Het feit dat bedmijten met het blote oog te zien zijn moet al genoeg zeggen. Vlooien worden ook nooit betrokken in verhalen over de nietigheid van de mens in vergelijking met het universum. Dat bedmijten ook nog een bloedzuigend, parasitair monstertje is, net als vlooien, moet helemaal genoeg zeggen. Zij zijn niet het onderwerp van gesprek wanneer je over de grootsheid van God's creatie. Volgens mij heb ik nog nooit een creationist (of intelligent design-aanhanger op hun beurt) een interessante verklaring horen geven voor alle parasitaire wezen die in onze leef omgeving rondhuizen, maar eigenlijk hoeft dat ook niet. Het zijn toch mensen waarmee geen zinnige discussie te voeren valt dus beginnen we er maar ook niet over.
Toch vond ik wel een paar enge christenen die het wezen van bedmijt wel het juiste label meegaven in hun verhandelingen. Zij wisten precies de plek op het bloedzuigende, maar vooral parasitaire karakter van de bedmijt te leggen. Dat ze het alleen deden om weer hun eigen gelijk te halen en het zelfs aandurfden om een heel volk tot bedmijten te vermaken stuitte mij zeer tegen de borst. Maar het leerde mij wel dat zelfs witte supremisten dezelfde geloofsovertuigingen aanhangen als creationisten en aanverwante christenen doen. En nu ik er zo over nadenk had ik dat natuurlijk allang kunnen weten. Maar welk normaal denkend mens gaat daar over nadenken? Ik in ieder geval niet en na dit geschreven te hebben zal ik het hoogstwaarschijnlijk weer heel snel vergeten zijn.
Uiteindelijk ben ik weer een hoop onzin wijzer geworden. Alleen weet ik nog steeds niet hoelang huisstofmijten overleven in mijn bed. Vooral niet wanneer het beddengoed geheel opengeslagen op het bed geworpen word, want ik heb ooit gehoord dat ze nogal van warme plaatsen onder de dekens houden. Ik ga nog maar een keer op zoek.
Bedmijten zijn de grotere broertjes van de huisstofmijten en leven helemaal niet van huidschilfers (zoals ik dacht). In tegendeel zelfs, die beesten prikken je gewoon lek om even lekker je bloed uit je te zuigen. Zij zijn de Dracula's in de slaapkamer. Overal onschuldige maagden en andere mensen een beetje ontdoen van het heerlijke rode vocht dat door onze aderen stroomt. Gelukkig zijn deze mijten groot genoeg om met het blote oog te zien, mits je geen protheses draagt natuurlijk. Protheses voor de ogen doel ik dan op. Andere hulpstukken zullen geen belemmering opleveren om bedmijten te ontwaren tussen de lakens. Zelfs niet wanneer ze niet gedragen worden, maar laat ik niet verder afdwalen.
In mijn zoektocht naar kennis over de bedmijt, welke ik verwarde met de huisstofmijt, vond ik heel veel informatie. Letterlijk heel veel informatie, alleen niet over de bedmijt. Om de een of andere vreemde reden is dit kleine wezentje onlosmakelijk verbonden met het christelijk creationisme of het daaruit voortgevloeide, maar daarom niet minder belachelijke intelligent design. Alleen was de informatie allemaal geschreven door gewone mensen. Mensen die reacties achterlieten op allerhande fora of gewoon een stuk schreven op hun eigen weblog. Ze wisten de bedmijt om te vormen tot een wezen van nietige proporties die naar de mens zou kijken zoals een mens naar de "schepping" om zich heen moet kijken. De vergelijkingen dat de mens nietig is in het onmetelijke universum, zoals de bedmijt nietig is in onze wereld waren niet van de lucht.
Ergens moest ik heel hard lachen, niet zozeer om de teksten die mensen uitbraakten over het internet. Noch over de volslagen belachelijke redenaties die het gelijk van het creationisme of intelligent design moesten verklaren, maar over het feit dat ze allemaal dezelfde fout maakte als ik. Ik durf mijn handen in het vuur te steken dat ze allemaal doelde op de microscopisch kleine huisstofmijt en totaal niet over bedmijten. Het feit dat bedmijten met het blote oog te zien zijn moet al genoeg zeggen. Vlooien worden ook nooit betrokken in verhalen over de nietigheid van de mens in vergelijking met het universum. Dat bedmijten ook nog een bloedzuigend, parasitair monstertje is, net als vlooien, moet helemaal genoeg zeggen. Zij zijn niet het onderwerp van gesprek wanneer je over de grootsheid van God's creatie. Volgens mij heb ik nog nooit een creationist (of intelligent design-aanhanger op hun beurt) een interessante verklaring horen geven voor alle parasitaire wezen die in onze leef omgeving rondhuizen, maar eigenlijk hoeft dat ook niet. Het zijn toch mensen waarmee geen zinnige discussie te voeren valt dus beginnen we er maar ook niet over.
Toch vond ik wel een paar enge christenen die het wezen van bedmijt wel het juiste label meegaven in hun verhandelingen. Zij wisten precies de plek op het bloedzuigende, maar vooral parasitaire karakter van de bedmijt te leggen. Dat ze het alleen deden om weer hun eigen gelijk te halen en het zelfs aandurfden om een heel volk tot bedmijten te vermaken stuitte mij zeer tegen de borst. Maar het leerde mij wel dat zelfs witte supremisten dezelfde geloofsovertuigingen aanhangen als creationisten en aanverwante christenen doen. En nu ik er zo over nadenk had ik dat natuurlijk allang kunnen weten. Maar welk normaal denkend mens gaat daar over nadenken? Ik in ieder geval niet en na dit geschreven te hebben zal ik het hoogstwaarschijnlijk weer heel snel vergeten zijn.
Uiteindelijk ben ik weer een hoop onzin wijzer geworden. Alleen weet ik nog steeds niet hoelang huisstofmijten overleven in mijn bed. Vooral niet wanneer het beddengoed geheel opengeslagen op het bed geworpen word, want ik heb ooit gehoord dat ze nogal van warme plaatsen onder de dekens houden. Ik ga nog maar een keer op zoek.
Alleen bellen bij ziekte
Vanochtend werd het eens tijd om de dokter te gaan bellen. Tenslotte is sinds zaterdagnacht mijn jongste telg al ziek en werd de oudste de maandag erop ook ziek. Dagenlang hebben ze doorgebracht in hoestaanvallen, koorts en een flinke verkoudheid. Nu waren ze niet de enige op hun school die ziek is, dus was de conclusie dat er een nare griep heerst allang getrokken. Edoch was er de behoefte ontstaan om toch even ruggespraak te houden met een dokter.
Verschillende keren belde ik naar de dokter om constant afgescheept te worden met de zeer ergerlijke "tuut-tuut-tuut" van de ingesprektoon. Ik zette door. Ik vind het welzijn van mijn telgen belangrijk genoeg om zeker een half uur pogingen te wagen om de dokter te spreken. Als het moest zelfs nog langer! Gelukkig wist ik na een half uur proberen, opnieuw bellen en pogingen doen het telefoonnummer handmatig in te voeren een ander geluid te krijgen dan de ergerlijke ingesprektoon. De telefoon ging over en een stem klonk aan de andere kant van de lijn. Ik had eindelijk de dokter te pakken! Vreugde vulde mijn hart.
Zonder er veel woorden aan vuil te maken legde ik het prangende probleem voor. Het antwoord kwam nog sneller. Er blijkt inderdaad een hele nare griep rond te gaan die flink lang kan aanhouden. Hoge koorts, hoesten, verkoudheidsverschijnselen, pijnlijke spieren en zelfs oorpijn zijn de symptomen en laten mijn telgen ze allemaal hebben. Ik kreeg de raad om rustig af te wachten en ze gewoon uit te laten zieken. Er was helaas genoeg niets aan te doen. De dokter wist er ook nog wat goede raad in te proppen. Dingen als veel drinken en laat ze maar eten wat ze willen, maar die had ik zelf ook al bedacht. Toch knikte ik alsof ik het allemaal in mij opnam.
Ik wilde net gaan vragen waarom mijn buik zo gezwollen was toen ik het antwoord al kreeg. "U spreekt niet met de dokter, maar met de doktersassistente. Waarom u buik zo gezwollen is kan ik u niet zeggen. Indien u het echt wilt weten moet u een afspraak maken met de dokter, maar dat gaat niet want u zit met twee zieke kinderen thuis." Met stomheid geslagen staarde ik naar de telefoon. "Goedemorgen, meneer en sterkte met uw kinderen!" en ze hing op. Ik wilde nog in het geluid van de opgehangen lijn zeggen dat ik ook nog vlekjes op mijn arm had en soms ook last van jeuk, maar het was al te laat. Ik was al te laat. De dokter had ik helemaal niet gesproken en toch gaf ze allerlei goede raad. Ik maakte mij al ietsje minder zorgen om het ziek-zijn van mijn telgen. En mijn eigen kwaaltjes... Die zouden later wel weer een keer aan bod komen. Ik krab gewoon een paar dagen extra. Alleen hoop ik niet dat de vlekjes erger worden.
Misschien dat ik morgen weer de doktersassistente ga bellen. Ze had wel een prettige stem en volgens mij heeft ze nog veel meer goede raad in haar zakken zitten.
Verschillende keren belde ik naar de dokter om constant afgescheept te worden met de zeer ergerlijke "tuut-tuut-tuut" van de ingesprektoon. Ik zette door. Ik vind het welzijn van mijn telgen belangrijk genoeg om zeker een half uur pogingen te wagen om de dokter te spreken. Als het moest zelfs nog langer! Gelukkig wist ik na een half uur proberen, opnieuw bellen en pogingen doen het telefoonnummer handmatig in te voeren een ander geluid te krijgen dan de ergerlijke ingesprektoon. De telefoon ging over en een stem klonk aan de andere kant van de lijn. Ik had eindelijk de dokter te pakken! Vreugde vulde mijn hart.
Zonder er veel woorden aan vuil te maken legde ik het prangende probleem voor. Het antwoord kwam nog sneller. Er blijkt inderdaad een hele nare griep rond te gaan die flink lang kan aanhouden. Hoge koorts, hoesten, verkoudheidsverschijnselen, pijnlijke spieren en zelfs oorpijn zijn de symptomen en laten mijn telgen ze allemaal hebben. Ik kreeg de raad om rustig af te wachten en ze gewoon uit te laten zieken. Er was helaas genoeg niets aan te doen. De dokter wist er ook nog wat goede raad in te proppen. Dingen als veel drinken en laat ze maar eten wat ze willen, maar die had ik zelf ook al bedacht. Toch knikte ik alsof ik het allemaal in mij opnam.
Ik wilde net gaan vragen waarom mijn buik zo gezwollen was toen ik het antwoord al kreeg. "U spreekt niet met de dokter, maar met de doktersassistente. Waarom u buik zo gezwollen is kan ik u niet zeggen. Indien u het echt wilt weten moet u een afspraak maken met de dokter, maar dat gaat niet want u zit met twee zieke kinderen thuis." Met stomheid geslagen staarde ik naar de telefoon. "Goedemorgen, meneer en sterkte met uw kinderen!" en ze hing op. Ik wilde nog in het geluid van de opgehangen lijn zeggen dat ik ook nog vlekjes op mijn arm had en soms ook last van jeuk, maar het was al te laat. Ik was al te laat. De dokter had ik helemaal niet gesproken en toch gaf ze allerlei goede raad. Ik maakte mij al ietsje minder zorgen om het ziek-zijn van mijn telgen. En mijn eigen kwaaltjes... Die zouden later wel weer een keer aan bod komen. Ik krab gewoon een paar dagen extra. Alleen hoop ik niet dat de vlekjes erger worden.
Misschien dat ik morgen weer de doktersassistente ga bellen. Ze had wel een prettige stem en volgens mij heeft ze nog veel meer goede raad in haar zakken zitten.
11 december 2008
Het gezicht in de spiegel
"Lange dagen gemaakt?" vroeg ik aan de persoon tegenover mij in de spiegel. Ik kreeg geen antwoord, maar aan het gezicht te zien was het werkelijk zo. Een bepaalde mate ven vermoeidheid straalde uit de ogen en het lede gezicht was niet weg te slaan uit mijn blikveld.
Vanochtend werd ik dan ook bruut gewekt door klussende mannen op de galerij. Ik schrok van hard gebonk, wat ik dacht op mijn voordeur maar wat met een snelle blik uit mijn slaapkamerraam niet zo bleek te zijn. Voor ik het wist was ik uit bed gesprongen, keek ik op de wekker en wierp een snelle blik naar buiten. Twee mannen liepen de galerij over met hamers en houten planken om dingen te doen die ik niet meer ging aankijken. Ik wist al wat ze kwamen doen en bij mij binnen hoefde ze niet te zijn. Wederom keek ik op de wekker. Het was niet al te vroeg in de ochtend, op zich was het zelfs een redelijke tijd om op te staan maar de manier waarop ik wakker geworden was stond mij absoluut niet aan. Ik voelde nog de schrik in mijn lichaam zitten. Hier en daar trilde ik nog een beetje van het plotselinge ontwaken dat ik doorstaan had. Ik ging weer in bed liggen, trok de dekens over mij heen en probeerde nog wat tot rust te komen.
Vier uur later ontwaakte ik weer. Iets wat absoluut niet de bedoeling was. Ik was van plan nog heel even in bed te blijven liggen en dan met frisse moed de wereld tegemoet treden. Genoeg te doen had ik in de zin dat ik heel veel plannen had met deze vrije dag, maar opeens moest ik alles gaan bijstellen. Dingen schrappen en verkorten, dingen gewoon vergeten en denken dat ik niet meer hoef te eten. Zonder veel haast kleedde ik mij aan, zette een bak koffie en probeerde het internet op te starten. Ergens bekroop mij een gevoel van honger, maar aangezien de lust om te eten mij ontbrak liet ik dit gevoel voor wat het was. Misschien een koekje of twee. De koffie daarin tegen smaakte mij wonderwel. Het duurde ook niet lang of ik had een tweede bak ingeschonken en weer opgedronken. Nu zit ik te denken om er nog maar één te nemen, tenslotte is koffie een eerste levensbehoefte en nog lekker ook.
Drie bakken koffie later ben ik nog steeds niet verder gekomen. Ik wilde allerlei activiteiten gaan ondernemen maar verzandde in mijn meelbox. Daar kwam ik een zwaar bizar spelletje tegen dat ik naar mijzelf had gezonden. Eerder deze week had ik het gekregen van een collega, maar dat was op mijn werk en daar speel ik geen rare spelletjes. Onder het genot van wat koffie opende ik de link naar I made this. You play this. We are enemies!, zoals het spelletje heet volgens de maker. Nu ben ik eigenlijk niet zo'n spelletjes-speler op het grote Internetz, maar wanneer iemand beweert dat wij vijanden zijn speel ik om te winnen. Sterker nog als iemand tegen mij zegt dat wij vijanden zijn dan wil ik niets anders dan winnen. Ik zal ook winnen! Uiteraard won ik hiermee ook, vrij aardig deed ik het ook nog door éénenveertigste te worden en de kans te krijgen om een mooi commentaar achter te laten in de meelbox van de maker. Iets wat ik niet gedaan heb, want vijanden communiceer ik niet mee. Daar win ik van en laat ze vervolgens in het sop gaar koken.
Als ik nu in de spiegel kijk zie ik iemand anders dan ik vanochtend bij het opstaan zag. Een gevoel van overwinning en een lichte achterdocht straalt uit de blauw/groene ogen die terugstaren. De vermoeidheid is geheel verdwenen in een toestand van alertheid en trek in koffie. Inmiddels begint de honger mij ook parten te spelen. Ik dacht dat de persoon in de spiegel een ander was dan ikzelf. Soms gaat het niet helemaal goed, maar dat trekt ook wel weer bij. Ga dit spelletje maar spelen, uiteraard alleen om te winnen. Te winnen of anders de verliezer te zijn!
Vanochtend werd ik dan ook bruut gewekt door klussende mannen op de galerij. Ik schrok van hard gebonk, wat ik dacht op mijn voordeur maar wat met een snelle blik uit mijn slaapkamerraam niet zo bleek te zijn. Voor ik het wist was ik uit bed gesprongen, keek ik op de wekker en wierp een snelle blik naar buiten. Twee mannen liepen de galerij over met hamers en houten planken om dingen te doen die ik niet meer ging aankijken. Ik wist al wat ze kwamen doen en bij mij binnen hoefde ze niet te zijn. Wederom keek ik op de wekker. Het was niet al te vroeg in de ochtend, op zich was het zelfs een redelijke tijd om op te staan maar de manier waarop ik wakker geworden was stond mij absoluut niet aan. Ik voelde nog de schrik in mijn lichaam zitten. Hier en daar trilde ik nog een beetje van het plotselinge ontwaken dat ik doorstaan had. Ik ging weer in bed liggen, trok de dekens over mij heen en probeerde nog wat tot rust te komen.
Vier uur later ontwaakte ik weer. Iets wat absoluut niet de bedoeling was. Ik was van plan nog heel even in bed te blijven liggen en dan met frisse moed de wereld tegemoet treden. Genoeg te doen had ik in de zin dat ik heel veel plannen had met deze vrije dag, maar opeens moest ik alles gaan bijstellen. Dingen schrappen en verkorten, dingen gewoon vergeten en denken dat ik niet meer hoef te eten. Zonder veel haast kleedde ik mij aan, zette een bak koffie en probeerde het internet op te starten. Ergens bekroop mij een gevoel van honger, maar aangezien de lust om te eten mij ontbrak liet ik dit gevoel voor wat het was. Misschien een koekje of twee. De koffie daarin tegen smaakte mij wonderwel. Het duurde ook niet lang of ik had een tweede bak ingeschonken en weer opgedronken. Nu zit ik te denken om er nog maar één te nemen, tenslotte is koffie een eerste levensbehoefte en nog lekker ook.
Drie bakken koffie later ben ik nog steeds niet verder gekomen. Ik wilde allerlei activiteiten gaan ondernemen maar verzandde in mijn meelbox. Daar kwam ik een zwaar bizar spelletje tegen dat ik naar mijzelf had gezonden. Eerder deze week had ik het gekregen van een collega, maar dat was op mijn werk en daar speel ik geen rare spelletjes. Onder het genot van wat koffie opende ik de link naar I made this. You play this. We are enemies!, zoals het spelletje heet volgens de maker. Nu ben ik eigenlijk niet zo'n spelletjes-speler op het grote Internetz, maar wanneer iemand beweert dat wij vijanden zijn speel ik om te winnen. Sterker nog als iemand tegen mij zegt dat wij vijanden zijn dan wil ik niets anders dan winnen. Ik zal ook winnen! Uiteraard won ik hiermee ook, vrij aardig deed ik het ook nog door éénenveertigste te worden en de kans te krijgen om een mooi commentaar achter te laten in de meelbox van de maker. Iets wat ik niet gedaan heb, want vijanden communiceer ik niet mee. Daar win ik van en laat ze vervolgens in het sop gaar koken.
Als ik nu in de spiegel kijk zie ik iemand anders dan ik vanochtend bij het opstaan zag. Een gevoel van overwinning en een lichte achterdocht straalt uit de blauw/groene ogen die terugstaren. De vermoeidheid is geheel verdwenen in een toestand van alertheid en trek in koffie. Inmiddels begint de honger mij ook parten te spelen. Ik dacht dat de persoon in de spiegel een ander was dan ikzelf. Soms gaat het niet helemaal goed, maar dat trekt ook wel weer bij. Ga dit spelletje maar spelen, uiteraard alleen om te winnen. Te winnen of anders de verliezer te zijn!
Abonneren op:
Posts (Atom)