29 juli 2013

De dag dat je stierf

De herinnering zal nooit helemaal uit mijn hoofd verdwijnen. Er blijft altijd wel een residu achter, een klein dingetje waardoor ik aan jou moet denken. Misschien is het een geur, een stukje papier dat door de wind opgenomen wordt en in bosjes verstrikt raakt. Kleinigheden waardoor de herinnering aan jou bewaard blijft.

Ik weet het nog goed, die bewuste dag. Het was nog vroeg toen ik wakker werd. Een uur of half acht in de ochtend. We lachten er altijd om als we voor negen uur wakker werden, laat staan dat we om half acht al zouden opstaan. En toch lag je niet meer naast mij. Je geur hing nog flauw rond de lakens. De kreukels in de lakens verraadde nog net waar je gelegen had. Ik wreef met mijn hand over de kreukels en probeerde meer van je geur los te krijgen. De lakens waren niet warmer dan de omgeving, wat betekende dat je al een hele tijd geleden het bed had verlaten. Ik keek de kamer rond. Je kleren lagen ook niet op de normale plaats. Niets lag waar het zou moeten horen, behalve de kleren die ik gisterenavond netjes over de stoel gehangen had. Ik rilde. Dit was niet iets wat ik van je gewend was. Zelfs al was je eerder wakker dan ik bleef je liggen. Je was nooit eerder uit bed dan ik. Nooit.

Ik pakte mijn kleren en trok ze vlug aan. De slaapkamerdeur had je op een kier gelaten zag ik. In de gang was het nog een beetje schemerig, maar dat kwam vooral doordat er geen raam in de gang was en de gordijnen in de slaapkamers gesloten. Ik liep de gang in en riep je naam. Stilte antwoordde. Ik riep je naam nogmaals. Niets. Doodse stilte. Het was net of ik alleen in huis was, maar je kon nooit buiten zijn. Toch? Ik ging twijfelen. Zou je naar buiten gegaan zijn? Op dit tijdstip in de ochtend, terwijl ik nog in diepe slaap lag? Het idee was te belachelijk om serieus te nemen. Je ging nooit weg zonder mij en zeker niet vroeg in de ochtend. Ik kon maar één conclusie trekken en dat was dat je in huis was. In huis en waarschijnlijk op de bank weer in slaap gevallen. Dat moest wel. Dat moest het zijn. Ik zou het anders ook niet weten en elke andere gedachte zou paniek in mij omhoog gebracht hebben. Je was gewoon nog in huis. Ik maakte mij druk om helemaal niets. Er was een perfect goede verklaring waarom je van het normale schema afgeweken was. Ik hoefde alleen deze reden nog te vinden en dan was alles opgelost. Dan zouden we weer lachen om deze situatie. Het zou een verhaal worden wat we voortaan bij de koffie aan elkaar zouden vertellen. Ik moest je nu alleen nog even vinden en liep naar beneden.

Op de trap riep ik nogmaals je naam, weer geen antwoord. Alleen dezelfde stilte die in het huis hing nadat ik wakker geworden was. Beneden zag ik je ook nergens, niet vanuit de gang tenminste. Pas toen ik de woonkamer instapte zag ik je liggen. Niet op de bank, zoals ik dacht. Je lag ook niet te slapen, zoals ik hoopte. De manier waarop je op de grond lag was overduidelijk. Er was iets goed mis. Iets heel erg mis. Dat je arm los van je lichaam lag had ik op dat moment nog niet gezien, maar aan je houding kon ik al zien dat het heel erg mis was. Ik rende naar je toe. Pas toen viel het mij op dat je arm letterlijk van je lichaam gerukt was. Je hand lag nog redelijk in de buurt van je lichaam, maar alles lag verkeerd. Het was niet normaal dat je schouder een meter bij je hoofd vandaan lag. De manier waarop je arm op verschillende plaatsen gebogen was kon ook nooit normaal zijn. Dat had je nog nooit gehad. Je arm was nog nooit los geweest. Dat hoorde niet. Ik gilde het naar je. Dat hoorde niet. Je arm hoort niet los te hangen. Dat mag gewoon niet. Mag niet.

Voorzichtig pakte ik je lichaam op. Het koste wat moeite, je leek aan de grond vastgeplakt. Rommel, troep (gedeeltes van jou?) vielen op de grond. Je schouder of wat er van over was zag er vreselijk uit. Een kluwen van ellende, stukjes en dingen die ik nooit meer wil zien. Het beeld heeft is in mijn geheugen gegrift, maar ik wil er nooit meer aan denken. Ik vroeg je waarom. Waarom? Waarom moest je zo op de grond liggen? Waarom was je niet gewoon in bed gebleven? Bij mij?

Je lichaam voelde koud aan onder mijn handen. Ik tilde je voorzichtig omhoog. Je hoofd viel naar beneden, tenminste als het niet nog steeds aan je nek vastzat. Daar keek ik niet van op. Dat was ik gewend. Je kon nooit goed je hoofd optillen. Het hing er altijd een beetje slap bij. Alsof je nek niet sterk genoeg was om het hoofd dat erbovenop zat te kunnen dragen. Ik plaatste mijn hand onder je hoofd, de andere onder de rest van je lichaam. Tranen stonden in mijn ogen en ik voelde de eerste al (warm) over mijn wangen stromen. Ik vroeg je weer waarom, maar je keek mij met dode ogen aan. Je zou mij nooit meer antwoorden. Ik zou nooit te weten komen waarom je niet gewoon in bed gebleven was. Het zal altijd het enige zijn dat ik mij afvraag. Waarom je naar beneden bent gegaan. Je wist dat dit kon gebeuren. Je wist dat je het leven niet zeker was als je zonder mij naar beneden ging en toch ben je gegaan. Nu zie ik wat ervan komt. Niet jij. Nee, ik zie het! Ik moet hier met de gevolgen van jouw actie zitten. Ik moet..

Ik moet hiermee leren leven. De dag dat je stierf zal altijd bij mij blijven en altijd zal ik mij afvragen waarom je het gedaan hebt. Altijd. Ik vraag het mij nu weer af. En waarschijnlijk zal ik het mij morgen ook afvragen. Ik moet ermee leren leven. Het is niet anders. Je hebt het gedaan.

11 juli 2013

Een mooi aanbod van Flexkom Nederland

Iedereen kent de gevleugelde woorden "Ben je op zoek naar werk of een nieuwe baan, maak een Linkedin aan!" Nu ben ik al heel lang op zoek naar een nieuwe baan, of eigenlijk een nieuwe uitdaging om mijn tanden flink in te laten zinken, dus ik heb al enkele jaren een account op LinkedIn. Altijd wordt het weggezet als het stuk sociaal media dat de professionele beroepsbevolking nog miste, maar tot op heden heb ik het nut van LinkedIn nog niet gevonden. Ik denk ook dat het vooral prettig is voor werkgevers. Ze kunnen in één oogopslag je professionele carrière napluizen en tevens zien met wie je allemaal geassocieerd wil worden. En daar zie ik dan weer wel het voordeel in, alleen heeft het voor mij geen echte toegevoegde waarde. Het is wel de reden dat ik mijn LinkedIn-account in leven laat en bij tijd of wijle een update geef.

Toch gebeurt er wel eens iets op LinkedIn. Gisteren kreeg ik weer een uitnodiging om met iemand te connecten (of hoe dat ook heet). Iemand die ik totaal niet kende of zelfs een gemeenschappelijke kennis met mij had. Zijn profiel zag er wel aardig gelickt uit, mooie teksten en een goed persoonlijk verhaal. Via deze man kreeg ik een geweldig aanbod toegestuurd in mijn mailbox, vlak nadat ik hem toegevoegd had aan mijn bescheiden netwerk. Een mooi verhaal en een directe link naar een youtube-filmpje, alleen werd nergens in de mail verteld wat het aanbod precies inhield. Door op de link naar het filmpje te klikken kwam ik er pas achter dat het om een organisatie genaamd Flexkom Nederland gaat. Uit de mail begreep ik wel dat het een aanbod is om hun product aan de man te gaan brengen, alleen wat dat product dan weer is... Ik heb nog steeds geen flauw idee. Het enige wat ik leerde was dat het om een volledig revolutionaire manier van marketing zou gaan en dat je er heel veel geld mee kan verdienen.

Laten dat nu precies twee dingen zijn waardoor ik besluit eerst te kijken naar wat het is, voordat we überhaupt vervolgstappen gaan nemen. Het is hartstikke leuk dat je uitgenodigd wordt om naar een bijeenkomst te komen, waar alles uit de doeken wordt gedaan, maar dat zijn verkooppraatjes. Op die bijeenkomsten spreek je alleen maar mensen die dit product (wat het ook mogen zijn) verkopen. Mooie praatjes, gouden bergen en geen kritisch geluid. Ik acht de kans groot dat je op deze bijeenkomsten alleen de geweldige voordelen van dit "revolutionaire product" zal horen. Nadelen? Die zijn er niet of ze zullen klein genoeg zijn om te verwaarlozen. Dit alles schiet door mijn hoofd, nadat ik de mail nogmaals had gelezen en nadat ik het filmpje had bekeken. Veel wijzer werd ik daar ook niet van, dat filmpje. Prachtige woorden, mooi verhaal, maar wat precies het idee is en wat je zou moeten gaan verkopen... Ik heb nog geen idee.

Gelukkig is google (de zoekmachine) iedereen zijn vriend. Een korte zoektocht op "Flexkom Nederland" bracht mij gelijk op een draadje op het Tros Radar forum, iets wat je met een gerust hart als betrouwbaar kan beschouwen. Een forum van een consumentenprogramma, ook nog een zeer kritisch consumentenforum, kan zeer nuttige achtergrondinformatie opleveren. En in het geval van Flexkom Nederland was dit ook het geval. Het draadje bevatte niet veel informatie, behalve dat het hier om een piramidespel-achtige constructie zou gaan. Het was niet helemaal hetzelfde, maar het bleef een schimmige manier van bedrijfsvoeren dat Flexkom er op nahoudt. De algemene tendens was zover mogelijk bij dit bedrijf vandaan blijven.

Nu ben ik niet voor één gat te vangen en wil ik ook niet op basis van één kritisch draadje op een consumentenforum mijn mening vormen, dus keek ik even verder. Uiteraard kwam ik een hoop referenties tegen naar de websites van Flexkom zelf, van Flexkom Nederland tot Flexkom weet ik veel waar en zo verder. Sites die mij niet veel verder hielpen, alleen beloftes van gouden bergen en geen uitleg hoe die bergen gebouwd zouden moeten worden. Alleen tussen deze wirwar van Flexkom-websites kwam ik dit blog van ene Wouter Hol tegen. Hier las ik een heldere uitleg waarom Flexkom een piramidespel-achtge constructie erop nahoudt en vooral waarom je nooit met dit soort mensen in zee moet gaan. Het waren geen feiten die ik nog niet wist, als je puur naar piramidespellen kijkt maar met Flexkom in het achterhoofd was het zeer verhelderend.

Toch was dit niet hetgeen wat werkelijk overtuigde. In de commentaren onder het blog van Wouter Hol komen ook enkele "gebruikers" van het Flexkom-product aan het woord en laten zij precies degene zijn waardoor ik nooit met deze organisatie in zee zou stappen zijn. In het blogverhaal wordt een hele heldere uiteenzetting gegeven waarom de schrijver vind dat je niet met Flexkom in zee moet gaan. Hij geeft voorbeelden, feiten en komt met links naar de sites waar hij zijn informatie vind. Helder, fijn en onderbouwd. Zoals het ook hoort. De "gebruikers" van Flexkom gedragen zich daarentegen als gelovige mensen. Zij hebben het licht van Flexkom gezien en iedereen die dat niet ziet is ziende blind. Nergens wordt een feit weerlegd , behalve met de woorden "dat is niet waar" of "" je hebt het niet goed gelezen".. Precies zoals een gelovige zou doen. Ze kunnen niet uitleggen waarom ze geloven, dus gaan ze het jou kwalijk nemen dat je niet meegaat in hun denkwijze. En omdat je niet meegaat zie je gewoon niet wat zij zien. Je moet geloven om te zien. Iets wat leuk is als het om een geloof gaat, maar in financiële kwesties zal het je alleen maar geld kosten. Het is ook uitermate dom, maar dat moet ook iedereen voor zichzelf weten.

Het waren in ieder geval de reacties onder het blog van Wouter Hol dat mij voor de volle honderd procent duidelijk maakte dat ik hier te maken had met een oplichterspraktijk. Ook nog een zeer goed georganiseerde oplichterspraktijk, want ze hadden dit Flexkom al in meerdere landen uitgerold. Daarnaast hebben ze ook een ijzersterk verhaal, waar je zonder een beetje nadenken echt niet doorheen zal prikken. Het klinkt ook werkelijk mooi, een beetje té mooi. Maar zoals met alles wat (te) mooi klinkt is het ook echt gewoon te mooi. Een luchtkasteel dat je nog zelf moet bouwen ook, uiteraard nadat je de beoogde investeringsgelden op rekening van Flexkom hebt gestort. Geld zal je er ook niet mee gaan verdienen, behalve als je degene bent die deze organisatie in het leven hebt geroepen. De mensen achter Flexkom zullen er best rijk van worden, als ze dat al niet zijn. De mensen die investeren in dit bedrijf, die denken een product te gaan verkopen zullen bedrogen uitkomen. Hun investering is verdwenen en uiteindelijk heb je een hoop tijd gestoken in iets dat nooit bestaan heeft.

Al levert het wel een mooi verhaal op. Ten eerste voor Wouter Hol als waarschuwing tegen dit soort praktijken, iets waar ik ook helemaal achter sta. En voor mij levert het weer een reden op om een stuk tekst te typen. Enerzijds om de mensen te waarschuwen niet in zee te gaan met mensen die je gouden bergen beloven op een uitermate vaag, schimmig verhaal. Anderzijds omdat ik toch niets beters te doen heb naast mijn zoektocht naar een nieuwe uitdaging. Dus als je nog iets weet..


8 juli 2013

Nihilisme, stroop voor de maatschappij

Nihilisme, of het vermogen om bij alles je schouders op te halen en boodschappen te gaan doen terwijl de wereld in de brand staat. Als er één volk is dat het perfecte voorbeeld van nihilisten zijn kunnen we naar onszelf wijzen. Nooit zie je een Nederlander echt kwaad worden. Miljarden verdwijnen in zakken van politici, ceo's van grote bedrijven en in (bij voorbaat) mislukkende projecten die niets meer dan het prestige object van enkele personen zijn. Een Nederlander haalt zijn schouders en loopt naar de winkel om enkele struiken broccoli te halen. En dat die broccoli in handen van één megalomaan bedrijf is dat boeit ook niemand. Zolang er maar broccoli en aardappels te koop zijn. En brood om de andere maaltijden mee te vullen, zelfs het beleg lijkt optioneel te zijn.. De Nederlander laat graag het beleg van zijn brood eten, want protesteren is aan hem besteed. De Nederlander is een nihilist pur sang.

Toch, heel soms kan de Nederlander een beetje boos worden. Op de overheid bijvoorbeeld, altijd een grote bron van ergernis. De overheid is de enige die aan de portemonnee van de Nederlander kan komen, die de bevolking kan uitkleden (en het ook niet nalaat om dit vol overgave te doen). Elke keer als de overheid weer iets roept dat geld gaat kosten. Geld dat rechtstreeks uit de zakken van de bevolking komt, de minderbedeelden en de mensen die al weinig inkomen hebben. Geld dat niemand lijkt te kunnen missen, omdat degene die het wel kunnen missen altijd buiten schot blijven. Degene die rijk zijn zorgen wel dat de regering precies doet wat zij willen, maar dat boeit de Nederlander niet. De Nederlander is boos op de regering, op degene die de regels verzint en halverwege het spel gerust veranderd. Dan komen de protesten wel los, maar altijd zijn het protesten die het ware nihilistische gevoel van de Nederlander uitdragen.

Protesteren doe je niet meer op straat. Blauwbekken met spandoeken en luisteren naar een opzwepend verhaal van een vakbondsleider of organisator van een demonstratie is er niet meer bij. Dat doet de Nederlander niet, liever kruipt hij achter zijn computer/laptop/tablet en wordt een toetsenbord-activist. De hele dag stukken schrijven hoe walgelijk de regering bezig is. Hoe iedereen uitgeknepen wordt, terwijl de rijken alleen maar rijker worden. Verhalen over politici die zich niet meer inzetten voor het volk, als volksvertegenwoordiger maar uitkijken naar de prachtige toekomst die in het bedrijfsleven in het verschiet ligt. Het bedrijfsleven dat de politiek in de zak heeft zitten en zorgt dat de hun welgevallige mensen op de mooiste functies terechtkomen (om daar veel geld te verdienen). Daar protesteert de toetsenbord-activist graag tegen. Protesteren met grote woorden, lange verhalen en petities die ondertekend kunnen worden. Er gaan meer petities over het internet dan er mensen zijn om ze te tekenen en alsnog zet de Nederlander er maar wat graag zijn handtekening eronder. Daarna kan hij weer met een gerust(er) hart boodschappen gaan doen.

Uiteraard leest de Nederlander deze verhalen vol protest en oproepen tot demonstratie ook allemaal. Soms knikt hij en zegt: "Ja, je hebt helemaal gelijk. Het is schandalig" maar dan blijkt dat buiten de zon schijnt. Opeens is het belangrijker dat de juiste spullen voor de barbecue in huis zijn. Er moeten nog boodschappen gedaan worden. De tuin is weer het koninkrijk waar de Nederlander zijn scepter zwaait en even het gras gemaaid moet worden. De buurman doet hetzelfde en hij heeft ook groener gras gekocht bij het tuincentrum. Samen maaien ze het gras, samen bespreken ze de ellende in de wereld en onder het genot van een welverdiend biertje fulmineren ze tegen de belachelijke plannen van de regering. Ze zijn het erover eens dat genoeg genoeg is, iemand zou iets moeten doen. Samen drinken ze nog een biertje en zien de schemering inzetten. Het wordt tijd om naar huis te gaan. Hopelijk is het morgen weer zulk mooi weer.

En dan beschuldigen mensen mij dat ik een nihilist ben. Ik ben geen nihilist, het kan mij inderdaad ook allemaal niets schelen. Ik haal mijn schouders op wanneer er weer een stompzinnig plan gelanceerd wordt vanuit Den Haag. Ik onderteken een online petitie wanneer er weer een megalomaan bedrijf vind dat het zaad kan patenteren of elk onderzoek naar bijensterfte door hun producten stagneert. Ik fulmineer wanneer het mij uitkomt, maar uiteindelijk haal ik mijn schouders op en ga boodschappen doen. Net als iedereen in jouw en mijn omgeving. Precies zoals iedereen doet, als schapen wachten tot iemand de slachtbank opent.

Alleen wacht ik niet, zoals jullie doen, tot iemand de slachtbank opent. Ik ben misschien een schaap, maar eentje die gezellig in de tuin gaat zitten met bier en kippenpoot in de hand. Het boodschappen doen zie ik ook als een noodzakelijk kwaad, een plek waar je de nihilistische Nederlander in zijn element kan zien.  Hele karren volgeladen met voedsel, tassen vol stof en kleding, terwijl de Nederlander erachter loopt te klagen over hoe slecht ze het hebben. Hoe slecht de regering is voor de maatschappij, maar hoe prachtig het weer is en hoe heerlijk ze zometeen in de tuin gaan zitten. Tijdens het boodschappen doen zie je de ware aard van de mens, de totale zielloosheid die ze uitstralen. Mensen zijn dieren, maar dieren zijn geen mensen. Dieren kunnen er niets aan doen dat ze onverschillig zijn. Dieren zijn alleen bezig met overleven en zorgen dat hun instincten bevredigd worden, maar kunnen ze ook niet. Mensen daarentegen, zij hebben het vermogen om na te denken. Hun acties te overzien en de gevolgen voor de toekomst te berekenen. Alleen doet de mens die niet, die is meer bezig met de instincten te bevredigen en zorgen dat er genoeg te eten is. Plezier is belangrijker dan denken aan de toekomst. Alles draait om één ding en meer ook niet.

Ach, misschien ben ik ook een nihilist. Net als jullie allemaal zijn, maar ik zie wel de mensheid voor wat het waard is. Ik zie de mensheid zoals het werkelijk is, de diersoort die wij zijn. De destructieve wijze waarop we onze eigen leefomgeving vernietigen. Ik haal inderdaad mijn schouders op wanneer er weer een beslissing genomen wordt die de Nederlandse maatschappij of ons milieu nog verder onder druk zet. Mijn schouders schieten omhoog wanneer er weer een oorlog afgekondigd is of wanneer er tientallen mensen omgekomen zijn in een bloederige aanslag. Ik haal inderdaad mijn schouders op, maar dat is niet omdat het mij niet interesseert. Ik doe het omdat de mensheid mij niet interesseert. Mensen zijn er genoeg, teveel. Elke manier, elke wijze om het aantal drastisch te reduceren is (in mijn ogen) een goede zaak, maar ik ga het niet toejuichen. Dat zou degene die het uitvoeren teveel credit geven, iets wat ze niet verdienen. Ik zeg: "Laat de mens zichzelf maar lekker uitmoorden, de leefomgeving en milieu volledig verzieken en hopelijk blijft er uiteindelijk een klein groepje menselijke dieren over die wel weten wat belangrijk is. Die teruggaan naar de boom waar ze ooit uitgekropen zijn.." En tot die tijd haal ik mijn schouders op, zoals het een ware Nederlander betaamd. De boodschappen halen zichzelf namelijk niet!

16 juni 2013

Gesprek over niets

"Wat doe je?"

"Niets.. hoezo? Waarom vraag je dat? Laat mij met rust!" "Kan je niet weggaan?"
"Niets?! Je doet niets! Jij, degene die altijd bezig is. Altijd iets aan het doen is... en je bent nu niets aan het doen..." "Maak dat de kat wijs!" "En nee, ik ga niet weg. Ik blijf net zo lang hier tot jij mij gaat vertellen wat je aan het doen bent. Je bent iets aan het doen!"
"Ik ben helemaal niets aan het doen! Niets!"

"Schreeuwen helpt niet. Je bent iets aan het doen. Jij doet altijd iets. Niets doen kan jij helemaal niet."
"..."

"Ga je nu niets meer zeggen? Van zeggen dat je niets doet naar helemaal niets meer zeggen..." "Ook wel typisch iets voor jou. Niets meer zeggen.."
"Jemig! Wat moet ik doen om je te overtuigen dat ik niets aan het doen was?" "Ik was niet eens van plan iets te gaan doen. Gewoon een keer niets doen.."
"Niet huilen. Geef gewoon toe dat je iets aan het doen was. Iets, meer hoeft niet. Je hoeft niet eens te zeggen wat je aan het doen was."
"... Ik was niets aan het doen. Echt niet.."
"Je bent wel hardnekkig. Hoe vaak moet ik nog zeggen dat jij niet niets kan doen. Jij doet altijd iets. Altijd" "Je kan mij niet vertellen dat je gewoon wezenloos voor je uit zat te staren. Dat je geleerd hebt om niets te doen. Dat geloof ik niet!"
"Het is echt zo. Ik deed niets. Wilde niets" "Het is echt waar!"
"Je bent grappig. Grappig en uitermate irritant. Ik wil gewoon weten wat je deed. Vertel het nu gewoon!"
"Ik deed niets"

"Echt.. Als je nog één keer zegt dat je niets deed doe ik je wat. Je deed iets. Je was ergens mee bezig. Zeg op!" "Zeg wat je deed!"
"Nee, je luistert toch niet. Ik ga jouw niets meer vertellen. Niets!"
"Echt. Je bent onmogelijk. Onmogelijk en irritant. Waarom doe je zo? Waarom behandel je mij zo?"
"Ga je nu huilen?" "Ik wil niet dat je huilt"
"Vertel dan wat je aan het doen was. Doe niet zo vervelend. Maak mij dan niet kwaad!" "Je weet ook wel dat ik ga huilen als ik boos ben. Vertel het nou gewoon!"
"Wat wil je dat ik vertel?" "Er is niets te vertellen. Niets. Ik zat gewoon niets te doen... Dat kan toch?"
"Nee, dat kan niet.."

"Ik weet het dan ook niet meer. Ik deed niets, maar volgens jou kan ik niet niets doen. Volgens jou moest ik iets doen, maar ik kan niet zeggen dat ik iets deed als ik niets aan het doen was. Ik wil niet liegen."
"Waarom lieg je dan nu tegen mij?" "Hm?"
"Ik lieg helemaal niet tegen je!"
"Dat doe je wel. Je liegt door je tanden, keihard in mijn gezicht!"
"Ik lieg niet! Ik lieg helemaal niet. Ik vertel je de waarheid! Luister nou eens!"
"Oh, beginnen we weer met schreeuwen? Ik vraag je gewoon wat. Geef dan ook gewoon antwoord.."
"Ik geef je gewoon antwoord. Ik zeg je precies wat ik aan het doen was!"
"Haha, ja.. Vast. Niets. Je liegt dat je er groen van ziet."
"Ik lieg niet. Ik vertel je de waarheid. Echt!"

"Je blijft ook gewoon doorgaan met liegen. Je bent echt vervelend. Gewoon ronduit vervelend!"
"Hoe kan ik nou vervelend zijn als ik niets deed? Jij begint mij lastig te vallen met vervelende vragen en luistert niet."
"Oh, dus het is allemaal mijn schuld?"
"Dat zeg ik niet! Ik zeg alleen dat ik niets deed en dat zint jou niet!"
"Ja nou wordt ie mooi! Nou heb ik het opeens gedaan! Jij bent echt niet te geloven. Eerst liegen tegen mij en nu ook nog de schuld op mij afschuiven. Je bent ook echt niet te geloven!"
"Maar... maar.. Ik deed niets!"
"Nee, deed je maar eens wat! Klootzak!"


10 juni 2013

Een licht ongemak

"Kom je nou mee!" hoorde hij haar roepen van beneden. Hij trok zijn broek weer aan. "Jaaaa, ik kom al!" riep hij terug. Het zou weer zo'n dag worden. Samen net doen alsof er niets aan de hand was, veinzen dat ze het gezellig hebben en het ontzettend leuk is om daar te zijn. Hij keek er naar uit. Niet dus.

Ze stond beneden aan de trap op hem te wachten. Een diepe zucht kwam over haar lippen. "Moet je echt dát aantrekken?" Ze schudde haar hoofd. "Ach, weet je wat.. Laat ook maar gewoon, we moeten nu weg en als jij voor debiel wil lopen moet je dat ook zelf weten. Ik trek mijn handen van je af!" Hij lachte en liep verder naar beneden. Dat probleem was in ieder geval opgelost. Hij voelde zich prettig in deze kleding en hij wist ook dat ze er een gruwelijke hekel aan had. Daarom had hij het ook aangetrokken. Dat hij voor debiel zou lopen viel ook wel mee, dat was vooral haar mening. En haar mening boeide hem al lange tijd niet meer. Hij keek glimlachend naar haar. "Zullen we gaan?" Ze gromde iets onverstaanbaar en pakte haar jas. Ze waren klaar om te gaan.

De rit in de auto duurde niet lang, wat in zijn ogen ook maar goed was. Hij zat niet graag bij haar in de auto Niet dat ze geen goede chauffeur was, in tegendeel juist.. Ze kon uitstekend rijden, alleen was haar nabijheid hem een doorn in het oog. Thuis konden ze elkaar vermijden. Woonden ze in verschillende ruimtes in het huis. Daar konden ze dagen elkaar niet zien of niet spreken. Thuis was hij meer in zijn element dan hier in de auto. Hij voelde gelukkig niet meer de drang om de dodelijke stilte te vullen met zinloos gebabbel. Dat had hij na drie keer met haar in de auto zitten wel afgeleerd. Nu was met haar in de auto zitten niets meer dan een licht ongemak, al hoopte hij altijd dat de ritjes kort zouden zijn en ze geen ruzie zouden krijgen. Ruzie onderweg was één van de vervelendste dingen die hij kon indenken. En op dit moment konden ze ruzie missen als kiespijn. Deze keer was de bijeenkomst uitermate belangrijk. Niet alleen voor hem, maar ook voor haar. Ze zou het wel uit haar hoofd laten om op dit moment ruzie met hem te maken. Met dit in zijn gedachte en een ongemakkelijke stilte tussen hen beide kwamen ze aan.

Frank stond al in de deuropening op hen te wachten. "Als daar het mooiste koppel dat ik ken niet is!" zei hij lachend. Gearmd liepen we naar de deur, waar ik Frank hartelijk zijn hand schudde. Hij kuste haar vervolgens drie keer op de wangen. "Ga maar, ga maar lekker naar binnen. Jullie twee! Ik ben blij dat jullie er zijn" "Had je anders verwacht?" vroeg ik hem, een beetje verbaasd. Hij had ons uitgenodigd en wist ook dat deze bijeenkomst uitermate belangrijk voor ons zou zijn. Frank lachte. "Nee, eigenlijk niet. Ga nu maar naar binnen. Ze wachten op jullie en dan verwelkom ik de andere gasten." Achter ons reed een andere auto de oprit op. Ik kon niet zien wie er arriveerden, maar daar zouden we snel genoeg achter komen. "Kom, kom, hop naar binnen!" spoorde Frank ons aan. Glimlachend liepen we de gang in.

"Gooi je jas maar daar neer" zei Frank, terwijl hij wees naar een grote stapel jassen in een alkoof. Ze keken elkaar even aan, hij haalde zijn schouders op en trok zijn jas uit. Ze volgde zijn voorbeeld en beide gooiden ze hun jassen op de hoop. Frank was intussen naar de deur teruggelopen om de nieuwe bezoeker te verwelkomen. Hij wenkte dat ze naar binnen moesten gaan. Hij lachte naar haar, knipoogde en negeerde hem een beetje. Zij bloosde een beetje en draaide zich om. "Kom" zei ze tegen hem. Hij keek nog even naar Frank en de nieuwe bezoeker. Het was iemand die hij niet kende. Netjes gekleed in pak. Het pak zag er duur uit, misschien was het zelf op maat gemaakt. Frank keek met een snelle blik achter zich en wuifde alsof hij wilde zeggen: "Schiet op, ga nu maar naar binnen". Ze greep zijn arm. "Kom, we gaan naar binnen. Volgens mij zijn we een van de laatste en ik wil Desiree ook nog spreken voor het gaat beginnen."

Desiree was de vrouw van Frank. Zij was al jaren bevriend met haar. Lang voordat hij Frank leerde kennen en ze naar deze gelegenheden gingen. Al vermoedde hij dat ze helemaal niet nieuw was toen ze vorig jaar voor het eerst uitgenodigd waren. Ze zei wel dat het voor haar ook de eerste keer was, maar toen hij haar bezig zag vermoedde hij dat ze loog. En het was niet de eerste leugen die ze had verteld. In hun relatie waren leugens gemeengoed geworden. De waarheid wilde ze allebei niet onder ogen zien, dus waarom zou ze toen ook niet gelogen hebben. Al maakte het nu niet meer uit. Ze kwamen inmiddels elke maand bij Frank en Desiree om hierbij te zijn en vanavond was het niet anders. Alleen zouden ze vanavond misschien ingewijd worden in een nieuw ritueel, maar daar ging alleen Frank over en de vage hints die hij had gegeven gaven geen zekerheid.

Ze stapten de kamer binnen en meteen werden ze geraakt door de bedompte, natte warmte die de kamer overheerste. Kleden lagen op de vloer, heel veel kleden. Sommige waren zo dik gestapeld dat ze een zachte heuvel vormde op onlogische plekken, andere waren achteloos neergegooid in een hoek. Het hoorde erbij. Hij keek er niet meer van op en zij trok zich nooit ergens iets van aan. Ze liep gelijk naar Desiree toe en kirde dat ze er zo goed uitzag. Hij kreeg nog een deerniswekkende blik van haar toegeworpen en zou de rest van de avond in eenzaamheid doorbrengen. Zo ging het altijd. Zij was hier in haar element en hij stond een beetje rond te kijken. Iets wat hij op zich niet erg vond, hij wist ook wel dat ze hier meer voor haar kwamen dan voor hem. En toch was hij degene die door Frank was uitgenodigd om hieraan deel te nemen.. Het interesseerde hem niet meer. Ze waren hier en wat hem betreft konden ze beginnen.

Frank stapte met de laatste bezoeker de kamer binnen en riep: "Dames, heren.. U weet allen wie dit is en waarom we hier zijn!" Hij keek de kamer rond, alsof hij wilde weten dat iedereen zijn of haar aandacht op hem gericht had. "Dames en heren! Het is vandaag een speciale gelegenheid. Vandaag gaan we het nogmaals proberen!" Frank hief zijn hand op en gaf het woord aan de bezoeker. Deze kuchte en legde zijn hand op de schouder van Frank. Een zachte stem klonk. "Dank je, Frank. Geachte aanwezigen, sommige kennen mij echt, anderen alleen van reputatie en ik kan u zeggen: het is allemaal waar" Een licht gegrinnik klonk hier en daar in de ruimte. De bezoeker ging verder. "We zijn hier eindelijk met genoeg mensen om een nieuwe poging te ondernemen. Ik neem aan dat iedereen heeft meegebracht waarom gevraagd is?" Een instemmend geluid klonk om het heen. Hij knikte. "Goed, we gaan beginnen!"

Het leven is daarna nooit meer hetzelfde geweest. Het lichte ongemak werd een groot ongemak en hij durfde niet goed meer te vertrouwen op mensen. De brandwond op zijn gezicht deed hem altijd pijn wanneer het jubileum weer aanbrak en zij herinnerde hem altijd feilloos aan wat hij had fout gedaan. Ze wist hem nog steeds te raken waar het meeste pijn deed. Maar hij huilde niet meer. Dat had hij wel afgeleerd.

3 juni 2013

De angstcultuur

Aan het begin van de mensheid waren we bang voor roofdieren. We waren jagers die ook de prooi waren. Angst was onze raadgever. Angst voor de wilde dieren die in het gras verscholen, angst voor de anderen die onze spullen wilden afpakken en het vlees van onze botten wilde eten. Angst was een goede zaak, want alleen met angst in het lichaam wisten we te overleven. Daardoor bleven we op onze hoede, keken we drie keer over onze schouder voordat we het lange gras inliepen om een dier te verschalken. De angst die de primitieve mens had voor zijn omgeving was een wijze raadgever. De angst zorgde dat de mensheid overleefde en kon evalueren tot wat we nu zijn.

Na de primitieve mensen was het niet afgelopen met de angst. De eerste beschavingen kenden ook angst. Zodra we in dorpen gingen wonen, de grond gingen bewerken en niet meer constant bezig waren om voedsel te vinden verplaatste de angst zich. Natuurlijk waren er nog gevaarlijke dieren die je konden opeten, maar daarvoor hoefde je als mens minder op te letten. Een gemeenschap was minder vatbaar voor aanvallen van roofdieren, in tegenstelling tot aanvallen van andere gemeenschappen. De mens moest bang zijn voor andere mensen. Andere groepen die het voedsel kon stelen, je kon vermoorden om redenen die we nu niet eens meer kunnen vermoeden. Maar er waren meer zaken waar de eerste beschavingen bang voor geweest moeten zijn. Voedselschaarste bijvoorbeeld. Een grote groep mensen verlangt voedsel, dat is tegenwoordig niet anders maar als je voedselvoorraad gehalveerd is door een speling van de natuur krijg je hongersnood. En dat wil je niet als nieuwe beschaving. Dan wil je dat alles op rolletjes loopt en ben je bang dat de oogsten mislukken. Voel je angst wanneer de natuur tekeer gaat met hevige regenval, knalharde stormen of juist het uitblijven van de regen. De angst hadden we meegenomen vanuit de open velden naar de akkers die we gingen verbouwen. Angst was iets dat ons beschermde tegen onszelf en zorgde dat we manieren vonden om voedselschaarste tegen te gaan.

Naar mate de beschaving vorderde, nederzettingen groeide uit tot steden en steden vergingen om weer opgebouwd te worden op andere plaatsen. Met de steden werd de mens volwassen en floreerde de beschaving als nooit te voren, alleen verdween de angst niet uit de mens. Er was niets meer om bang voor te zijn, de steden waren uitgegroeid tot landen en koninkrijken welke elkaar wel naar het leven stonden, maar je hoefde niet bang te zijn dat je buurman je keel kwam opensnijden en je vrouw verkrachten. Niet direct tenminste, er was geen direct gevaar meer. En toch bleef de mens leven in angst, alleen nu de angst voor God en de woorden van de kerk. God was het hoogste dat er was, hij keek altijd op je neer en zag alles wat je deed. Deed je iets wat in zijn ogen verkeerd was, dan veroordeelde de kerk je tot de ergste straffen. Brandstapels en ophangingen kennen we allemaal wel. In de steden van weleer was de angst gebrouwen uit de leugens van de kerk en de mannen die het leiden. Angst was een manier geworden om de maatschappij onder de duim gehouden. Angst werd een middel en was nuttig voor de machthebbers.

Inmiddels zijn we zover met onze beschaving dat de kerk ook geen rol meer van betekenis heeft. God is iets wat we voor onszelf beleven of gewoon niet nodig hebben, omdat we voor onszelf kunnen denken. Er is ook geen reden meer om bang te zijn voor God of het moment waarop we sterven. De enige angst die we nog zouden moeten hebben is de angst om te falen of alleen te komen staan. Kleine, persoonlijke angsten dus. Meer hebben we niet meer nodig, er is ook niet meer en toch leven we in een maatschappij die doordrenkt met angst is. Angst voor de ander. Angst voor alles wat niet strookt met de cultuur waarin we opgegroeid zijn. Alles wat afwijkt van de norm die we onszelf opgelegd hebben (vanuit maatschappelijke dwang) is gevaarlijk en willen we het liefst weg hebben. De angst voor het andere, het onbekende heeft van ons een intolerant wezen gemaakt.

Waar vroeger angst een raadgever was, omdat het waarschuwde voor gevaar. Gevaar van wilde dieren of gevaar van andere stammen die ons voedsel kwamen stelen is het inmiddels niets meer dan een irrationeel gevoel dat elke groei van beschaving in de weg zit. Er is niets meer om bang voor te zijn, dus worden we bang van alles wat we niet kennen. Is het vreemd, dan is het eng en dingen die eng zijn zullen (hoogstwaarschijnlijk) uit zijn om ons kapot te maken. Dat is de hedendaagse angst waarin we leven, want we hebben angst nodig om te leven. De mensheid heeft van het ontstaan tot nu gebruik gemaakt van angst. Angst hield ons in leven, waardoor de evolutie heeft gezorgd dat angst in ons hele wezen zit. Angst is niet weg te denken. We moeten wel bang zijn voor het onbekende, want het zou ons het leven kunnen sparen. Dat is ingebakken in de mens. Angst is onze raadgever en angst hebben we nodig. We leven in een angstcultuur, omdat alleen daarin de mensheid kan overleven. En dat weten de mensen die aan de top staan. Zij maken gebruik van de evolutionaire angst die in ieder van ons zit en alleen de mensen die heel sterk in hun schoenen staan niet als leidraad voor hun leven gebruiken.

Daarom moeten we ook blij zijn met onze leiders. De mensen die zorgen dat onze angst altijd gevoed blijft, dat we altijd zullen overleven in tijden waarop er helemaal geen gevaar meer is. Zij houden onze cultuur in stand, zorgen dat de geschiedenis bewaard blijft. Geschiedenis waarbij we angst nodig hadden om gevaarlijke roofdieren te ontwijken en niet te sterven aan hongersnood. Onze leiders introduceerde de angst voor God en de straffen die je kreeg als je de wet van God niet opvolgde. Zij waren de eersten die zorgden dat we angst konden cultiveren en gebruiken om een maatschappij vorm te geven. Dankzij onze leiders is de angst meer geworden dan alleen een raadgever. We moeten dankbaar zijn voor onze angst, zonder dat hadden we nooit kunnen overleven. Zonder angst zou de wereld er een heel stukje mooier uitzien, maar ja... angst zit nu eenmaal in de mens gebakken en daar is niets meer aan te doen. We zijn te laat om nog iets aan de evolutie te doen, maar gelukkig weten onze leiders daar wel raad mee. Zij omarmen de angstcultuur.

28 mei 2013

We hopen dat het doorgaat

De wereld wordt geleid door geld en hebzucht. Iedereen wil rijker worden dan een ander, het gras bij de buren is altijd groener. Politici zijn alleen nog bezig met hun toekomstige baantje, een waar ze veel geld mee zullen verdienen en stijgen in het aanzien van groot-industriëlen. De maatschappij is niets meer dan een afvalbak van arbeiders, loonslaven en mensen die producten moeten kopen. Er is geen menselijkheid meer, omdat deze er nooit geweest is. Altijd zijn we bezig beter te worden, meer te verdienen.. Op de eerste rang zitten, zonder dat we er een cent aan uitgegeven hebben. We leven om het beter te hebben dan een ander, want we zijn mensen.

In het bedrijfsleven zie je deze mentaliteit perfect weerspiegelt. Concurrentie is altijd gericht op het beter doen dan de ander, meer verdienen dan de ander. Misschien zelfs de ander de markt uitkrijgen, zodat jij (als bedrijf) alle inkomsten kan opstrijken. Het kan ook allemaal. We staan het zelf toe dat bedrijven op deze manier werken, omdat we zelf op deze manier denken. We richten ons leven praktisch in om anderen te overtroeven, om iets beter te kunnen dan de ander. Meer te verdienen dan de ander, gelukkiger zijn dan de ander. Grote coöperaties maken perfect gebruik van dit gegeven. Het is hun kracht, de levensader waarop ze hun producten aan de man kunnen brengen. Zij kunnen geld verdienen over iedereen z'n rug, omdat wij graag gebogen staan om de producten aan te nemen. Stel je voor dat iemand anders ervandoor gaat met dat ene dingetje. Dat stuk techniek dat niemand heeft. Het gras moet groener zijn dan bij de buren en daar kunnen best dingen voor wijken.

Het stomme van deze houding is dat we bereid zijn te gaan bezuinigen op belangrijke zaken. Voedsel is er één, dat kan goedkoper. Dat moet goedkoper. We willen geen groente geteeld in een volledig biologische omgeving, dat misschien een beetje gedeukt is, omdat dit te duur is. De productiekosten zijn te hoog, dus kopen we liever groente die rechtstreeks uit een kas komt. Een kas waar de grond is behandeld met bestrijdingsmiddelen tegen elke denkbare plantenziekte en tijdens de kweek nog vele malen bespoten wordt met andere zooi. Middelen die bol staan van de gevarentekens en giftiger zijn dan het afval uit een kerncentrale, maar deze middelen zorgen wel dat de groente lekker goedkoop geproduceerd kan worden. En goedkoop is interessant, want hoe goedkoper het is des te meer kan je besteden aan uiterlijk vertoon. Zorgen dat het zogenaamde gras er groener uitziet dan bij de buurman, alleen moet je buurman dan ophouden met hetzelfde te doen.

We zijn inmiddels zover dat de productie van voedsel gevaar oplevert. Bedorven paardenvlees dat door rundervlees gemalen wordt om de productiekosten nog verder te drukken en daarmee de winst te vergroten? Een beetje bedrijf draait er zijn hand niet voor om. Genetisch gemodificeerde planten op de markt brengen die (waarschijnlijk) kankerverwekkend zijn wanneer ze regelmatig gegeten worden? Zelfs dat is geen probleem. Elk onderzoek dat leidt naar de conclusie dat het product kankerverwekkend zou zijn wordt gewoon de kop in gedrukt. Onderzoekers worden voor de rechter gesleept en alles wat niet voldoet aan de juiste resultaten ontkent of ontkracht met alle mogelijkheden die het bedrijf heeft. Zelfs een bestrijdingsmiddel op de markt zetten dat op wereldwijde schaal de sterfte van bijen (wat de belangrijkste bron van voedselbestuiving is) veroorzaakt is geen probleem. Je moet alleen machtig genoeg zijn om regeringen in de zak te hebben. Een lobby is snel begonnen en de geschiedenis heeft geleerd dat het uitstekend werkt. Regeringen zijn uitermate vatbaar voor lobbyisten en de signalen die vanuit het bedrijfsleven komen. Alles draait om de economie en het gelukkig houden van de groot-industriëlen.

Inmiddels zijn er zelfs mensen die het als een complot tegen de mensheid zien. In Amerika is pasgeleden een wet aangenomen die Monsanto een vrijgeleide geeft wanneer blijkt dat hun genetisch gemodificeerde producten een gevaar voor de volksgezondheid zijn. Simpel gezegd kunnen er miljoenen mensen sterven aan een product dat door Monsanto geproduceerd wordt en er is niemand die daar iets aan kan doen. Monsanto heeft namelijk de wetgeving achter zich, ze hebben een vrijgeleide. Wat voor vele mensen een teken is dat de rijken (de zogenaamde 1%) bezig zijn de mensheid uit te moorden. Niet letterlijk via genocide en oorlog, maar door ze te onderwerpen aan test met voedsel en andere producten. Dingen die gevaarlijk zijn en waarvan niet helemaal duidelijk is wat het op de lange termijn zal doen. Voor de producenten van deze producten is het makkelijk om je er verre van te houden. Je weet wat het is, wat het doet, wat erin zit en waarom je het niet moet gebruiken. Mensen zoals jij en ik weten dat niet. Wij gaan daarbij ook nog voor het goedkoopste dat er is of nog veel erger voor het merk dat het produceert en zijn vogelvrij. We zijn de proefkonijnen voor de groot-industriëlen, zeggen de complotdenkers.

Zelf denk ik dat ze gelijk hebben, deze complotdenkers. De mensen met de macht, de zogenaamde 1% is inderdaad bezig de mensheid te reduceren tot praktisch niets. We moeten ook wel. Er zijn bijna 7 miljard mensen op de wereld, wat 6,5 miljard mensen té veel is. Er moet drastisch gesneden gaan worden in het aantal mensen op de aarde, alleen is dat niet mogelijk met de huidige middelen. Daar moet iets heel drastisch tegenover staan. Iets dat grote delen van de bevolking kan reduceren, zonder dat deze bevolking hier iets aan kan doen. Nu kan je zeggen dat regeringen hier wel een stokje voor gaan steken. Ze zullen niet toestaan dat een groot-industrieel producten op de wereld zet die schadelijk zijn voor de mens, maar dat is ook een illusie. De regeringen zijn uitvloeisels van de groot-industriëlen. Op belangrijke posten, gedeelten van de regering die verantwoordelijk zijn voor onderzoek en handhaving worden gerund door mensen uit de industrie. De producten controleren hun eigen spullen, alles waar ze grote winsten op maken wordt goedgekeurd. En als er mensen sterven? Geen probleem, er zijn er nog genoeg.

En is het echt zo erg dat de mensheid drastisch gereduceerd wordt? Ik vind van niet. We zijn van de hele fauna het meest mislukte wat er op de aarde rondloopt. De natuur zou gebaat zijn wanneer de mensheid volledig uitsterft, iets wat (helaas) nooit zal gebeuren maar een reductie van het aantal is ook wat voor te zeggen. De groot-industriëlen zijn natuurlijk niet letterlijk uit op een gigantische reductie van de mensheid, maar op het behalen van zoveel mogelijk winst in zo'n kort mogelijke tijd. Mensen die sterven door hun producten zijn niets meer dan statistieken en waar mensen sterven zijn er nog veel meer om producten aan te slijten. Als gewone mensen, gewone burgers zijn we gedoemd te leven in het laboratorium van de industrie en regeringen. We leven en sterven bij hun goedkeuren. We kunnen het ook niet meer veranderen, we hebben het zelf veroorzaakt. Zelfs als we het weten gaan we toch gewoon door alsof er niets aan de hand is, want het gras bij de buren lijkt er nog steeds groener uit te zien.

Het wordt tijd dat het gras bij vele mensen op de buik gaat groeien. Dat is de enige plaats waar de mens echt tot zijn recht komt, onder de grond als voedsel voor wormen en andere natuur. Laten we hopen dat de groot-industriëlen echt een plan uitvoeren om de mensheid drastisch te reduceren. Laten we het van harte hopen! De wereld kan er alleen maar beter van worden.

27 mei 2013

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Grote bedrijven, de zogenaamde multinationals zijn de satan. De ondernemingen die wereldwijd opereren, overal hun producten afzetten en zoveel mogelijk grondstoffen aan de wereld onttrekken zijn het kwaad in hoogsteigen persoon. Dit is niet zozeer mijn mening, maar meer de algemene mening die over het internet zwerft. En ik kan mij er zeker in vinden.

Neem nu een bedrijf als Monsanto, een gigantisch chemieconcern dat zich toegespitst heeft op genetisch gemodificeerd zaaigoed. Daarnaast produceren ze nog een lading landbouwbestrijdingsmiddelen en kunstmest waar je spontaan uitslag van zou krijgen als je er meer van wist. Werk je in de landbouw, dan heb je te maken met Monsanto. Je kan niet om ze heen, ze zijn wereldleider en daarmee oneigenlijk machtig. Monsanto zegt als doel te hebben de honger de wereld uit te helpen, maar dan moet wel iedereen hun producten kopen. En precies doen wat zij zeggen met hun producten. Je hoeft niet eens te proberen iets te doen wat Monsanto niet zint, want de procederen je helemaal kapot. Of je nu een klein keuterboertje bent met één hectare land of een grote landbouw-producten, je doet wat Monsanto zegt of ze maken je gewoon kapot. Dat kunnen ze, daar draaien ze niet eens hun hand voor om. Het enige wat Monsanto wil is zoveel mogelijk geld verdienen. Geld is het enige wat telt en dat ze aan de andere kant roepen dat ze de honger willen oplossen met mooie (goedkope) producten is niets anders dan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Mooie woorden om het daadwerkelijke doel, namelijk ontzettend veel geld verdienen over onze ruggen, te verdoezelen.

Monsanto is echt niet de enige. Elke multinational heeft deze doelstelling, elke multinational doet een maatschappelijk verantwoord ondernemen. Op papier zien ze er prachtig uit. Schenken aan goede doelen, doen wetenschappelijk onderzoek waar ze op het eerste oog niets beter van worden of sponsoren de sportclub van achtergestelde kinderen. Op papier is het mooi, maar als je een beetje dieper graaft komt de rotzooi al snel naar boven. Uitbuiting van personeel, waar Amazon in Duitsland bekend mee geworden is. Iets waar vele mensen gewoon hun schouders bij ophaalden en rustig meer boeken online bestelde bij Amazon. Het is ook stil op dit gebied. Belasting-ontduiking? Daar draait een beetje multinational de hand niet voor om. Je kan niet eens een multinational zijn door op grote schaal de belasting te ontduiken. Neem Apple, bekend van de mooie computers en iPhones. Zij betalen naar het schijnt slecht 0.9% belasting (van horen zeggen, dus kan meer of minder zijn) terwijl wij, als normale burger, tegen de 30% betalen. En Apple is niet de enige, alle multinationals betalen praktisch geen belasting. Als je ontzettend rijk bent heb je de mogelijkheid om gebruik te maken van belastingparadijzen en dat doe je als multinational natuurlijk graag. Dat de belastingdruk hiermee op de normale burgers, de arbeiders en middenklasse, kan het rijke gedeelte weinig schelen. Zij willen alleen rijker worden (en geef ze eens ongelijk, dat willen jullie ook)

Een multinational zal nooit toegeven dat het hoofddoel rijk worden en zoveel mogelijk macht naar zichzelf toespelen is. Geen enkel moment. Ze praten liever over de wereld een betere plek maken, iedereen van voedsel voorzien, bestrijden van zaken die de oogsten bedreigen of gewoon heel simpel een product maken dat iedereen kan gebruiken. Het werkelijk doel wordt ingepakt in mooie praatjes en zoals keer op keer bewezen is: Als je iets maar vaak genoeg herhaald, wordt het vanzelf waar! Dat wisten ze aan het begin van de industriële revolutie al en dat is nog steeds niet veranderd. Het hele bedrijfsleven en zelfs de politiek is rond dit principe ingericht.

Je hoeft echt niet te denken dat de multinationals het beste met ons, de consumenten voorheeft. Het enige wat ze willen is dat wij hun producten kopen en als we er toevallig dood aan gaan is dat gewoon jammer. Herinneren we ons de schandalen rond de tabaksindustrie? De fabrikanten wisten allemaal dat roken schadelijk en verslavend was, vooral dat laatste was iets waar ze heel blij mee waren en graag wilde verzwijgen. Dat er mensen doodgingen van het roken was niet interessant. Ze verdienen miljoenen met het verdraaien en achterhouden van feiten. En ze waren helemaal niet de eerste, zoals ze ook absoluut niet de laatste zijn. Alleen hebben wij, de consumenten en normale bevolking er niets van geleerd. Helemaal niets!

Om een voorbeeld te noemen: Er gaan stemmen op dat een bestrijdingsmiddel met de werkzame stof Neonicotinoïden grootschalige sterfte van bijen veroorzaakt. Bijen zijn verantwoordelijk voor zeker 70% van de gewasbestuiving. Zonder bijen zullen veel fruit-, groente- en bloemsoorten gewoon uitsterven. Het is zeker van belang dat deze bestrijdingsmiddelen zeer goed en vooral onafhankelijk onderzocht worden. Alleen is een onafhankelijk onderzoek voor een multinational niet gewenst. Zij zijn gebaat met een onderzoek dat hun product in een zonnig daglicht zet, dus steken zij veel geld in onderzoek. Onderzoek dat daarmee niet meer objectief is, want elk spoortje resultaat dat schadelijk kan zijn voor de productie van het onderzoeksmateriaal wordt achtergehouden. Nu zou je kunnen stellen dat de politiek hier wel een stokje voor steekt, maar als je weet dat de multinationals ook hier een oplossing voor hebben is die kans ook verkeken. Een multinational zorgt altijd dat de politiek op zijn hand is. Lobbyisten zijn heel normaal geworden in de politiek en aangezien de hedendaagse politici hun werk als volksvertegenwoordiger als opstap zien naar een uitstekend betaalde baan onder de vleugels van een grote multinational gaan ze hun toekomstig nest ook niet vervuilen. Degene die de bevolking moeten beschermen zijn degene geworden die het niet kan schelen.

Gelukkig hebben de media nog hoor je een enkeling zeggen, maar die optie is er ook niet. Een objectieve media is niet meer te vinden. Elke krant, elke omroep, elk magazine moet inkomsten genereren uit advertenties van (juist) de grote multinationals. Zonder inkomsten valt er niets te schrijven, niets te doen en kan je wel opdoeken. Een negatief stuk over bijvoorbeeld Monsanto of de smerige manier waarop zij kleine boeren uitbuiten en je kan elke vorm van advertentie-inkomsten vanuit dit bedrijf vergeten. En het vervelende is dat Monsanto overal een vinger in de pap heeft. Overigens geldt hetzelfde voor elke grote multinational, dus waar Monsanto staat kan je elk ander willekeurig groot bedrijf invullen.

Maar zelfs als er een negatief stuk verschijnt... Of zoals nu met Monsanto gebeurt, dat er demonstraties wereldwijd zijn om het bedrijf te stoppen met hun smerige praktijken waarbij zij hun producten door de strot van boeren overal drukken, het zal niet helpen. Monsanto zal (met een beetje geluk) door de publieke druk moeten zwichten en bakboord halen. Ze zullen een mooie verklaring opstellen, hun laatste wapenfeiten op het gebied van zaadhandel terugtrekken en voor het oog van de wereld excuses aanbieden. Zover wij kunnen zien hebben we ze stof laten happen, maar op de achtergrond zijn ze al bezig om hun nieuwste wapenfeit de wereld in te duwen. Kunnen ze geen monopolie op zaadhandel krijgen, dan zoeken ze wel iets anders? Er is voor een bedrijf als Monsanto meer wegen die naar Rome leiden. Het geld dat ze willen verdienen zullen ze ook gaan verdienen en de enige reden dat ze dat kunnen is dat wij het toelaten.

Voor een multinational zijn we ook geen mensen. We zijn niet meer dan consumenten, wezens waaraan ze geld kunnen verdienen of die ingezet kunnen worden bij de productie van consumptiegoederen. Een mens is niets meer waard dan het geld dat aan hem of haar te verdienen is. En het mooiste is dat we het gewoon toelaten. We kopen het goedkoopste product, willen voor een dubbeltje op de eerste rang zitten en als het er mooi uitziet zal het ook wel zo zijn. We kijken helemaal niet op welke manier het geproduceerd is, welke schade het product aan het milieu richtte, wie er allemaal voor uitgebuit zijn of überhaupt welk bedrijf er achter zit.

We willen het product gewoon hebben en als dat bedrijf geen belasting betaald.. halen we de schouders op. Een bedrijf dat voor massale bijensterfte zorgt... we halen de schouders op en kopen nog een potje honing, want dat is zo lekker in de thee. Boeren worden massaal gedwongen zaad en producten af te nemen die door één bedrijf geproduceerd worden, duidelijke schade aan het milieu veroorzaken en totaal geen toegevoegde waarde als voedsel hebben.. Ons kan het niet schelen, we moeten nog even boodschappen doen want het brood is op. Kleine ondernemers met unieke producten verdwijnen, weggeconcurreerd door een groot bedrijf.. We lopen wel iets verder naar de supermarkt, hebben we alles bij de hand en dat het allemaal hetzelfde smaakt.. Ach, dat went vanzelf.

We zijn schapen in een wereld waar de wolven de herders zijn. Roepen dat we moeten ontwaken heeft geen zin, het zijn de mensen zelf die graag door willen slapen. We willen zelf uitgebuit worden. We willen zelf slaaf zijn van ons werk, slaaf van de maatschappij. We zijn het ideaal van elke multinational, gewillig laten we ons naar de slachtbank leiden en we denken zelfs dat het iets is om op te zitten. Slaap lekker, mensen. Ik ga even boodschappen doen, het brood is op.

26 mei 2013

Terug in de schuur

Er is een duisternis groter dan degene die we elke nacht meemaken. Veel groter dan het uitblijven van het licht en de korte momenten die we kunnen doormaken in het bos. Deze duisternis is bijna onbeschrijfelijk en het is ook beter dat je er zo min mogelijk van weet. Deze duisternis is niet jouw vriend.

Wat? Ja, ik weet het. Ik zit weer filosofisch te lullen. Weet je wat het is, ik heb pasgeleden een brief naar Dennis Nilsen geschreven en daar ben ik een beetje filosofisch door geworden. Ik bedoel, het leek mij ongepast om gewoon even een briefje naar hem te schrijven van: "Hoi, hoe gaat het ermee. Met mij gaat het goed. Hoe is het leven in de gevangenis? Denk je nog wel eens aan vroegere tijden?" Dat is gewoon stom. Geef toe, dat zou jij ook stom vinden. En iemand als Dennis Nilsen zit echt niet te wachten op een of andere fanboy die hem een stompzinnige brief gaat schrijven. Je moet je tekst inkleden met interessant woordgebruik, mooie taal en volzinnen die een erudiete intelligentie uitspreken. Laat ik het zo zeggen, dat hoop ik dat uit mijn brief spreekt.

Weet je wat. Als jij nou even de brief die ik naar Dennis Nilsen gestuurd hebt gaat lezen zet ik even koffie voor ons. Ja, lees nu maar gewoon. Ik heb trek in koffie en je drinkt maar mee. Maakt mij niet uit, drink nu maar gewoon koffie mee. Ik sta erop. Hier heb je de brief. Ja, uiteraard is het een kopie! Geen stomme vragen stellen, daar kan ik op dit moment even niet tegen. Lees nu maar, ik ben zo terug.

En wat vind je ervan? Van de brief. Hm.. Ja, dat denk ik wel. Had je nou suiker in je koffie? Ik ben het even kwijt. Het is toch alweer drie maanden geleden dat ik je voor het laatst gezien heb. Ik had je toch die rondleiding door de schuur gegeven? En mijn project van dat moment laten zien? Hm? Nee, zij is allang weg. Vlak nadat je weg was heb ik een einde eraan gemaakt. Ze was gewoon niet leuk meer. Helemaal opgebruikt en stuk. Ik was erop uitgekeken. Dat ken je toch wel. Dat je een favoriet speelgoedje hebt waar je dagelijks mee speelt en dingen doet, maar na verloop van tijd raak je erop uitgekeken. Heb je er teveel mee gespeeld en is het niet zo interessant meer als vroeger. Niet dat ik dat had, anders zou ik geen nieuwe projecten beginnen. Hahaha. Ik zit je te dollen. Nee, ze was gewoon op. Stuk. Ik was iets te ruw geweest en toen deed ze niet meer mee. Toen heb ik haar maar opgeruimd. Nee, dat gaat je inderdaad geen bal aan. Er zijn nog steeds zaken die ik voor mijzelf wil houden. Ik moet ook aan mijn eigen veiligheid denken. Ik wil hier nog veel langer mee doorgaan.

Goed, mijn brief aan Dennis Nilsen. Wat vind je ervan? Zeg het maar eerlijk. Je weet dat je eerlijk tegen mij kan zijn. Zeker, daar heb je gelijk in. Natuurlijk vertel ik niet over mijn projecten. Dat zou een beetje dom zijn. Ik weet ook wel dat ze in de gevangenis waar Nilsen zit elk poststuk grondig gelezen en onderzocht wordt. Het zou wat zijn als ik uitgebreid over mijn projecten ga zitten vertellen. Ik zie de lange arm van de wet al op mijn deur kloppen, dat hebben we liever niet. Neemt niet weg dat ik het uitermate graag met Dennis Nilsen zou willen delen. Zijn gedachten erover horen of in ieder geval lezen. Hij is toch een beetje een voorbeeld, naast dat het in mijn ogen een hele intelligente man is. Ik vind het zonde dat ze hem zo weggestopt hebben, maar gelukkig mag je hem schrijven en is hij ook in de gelegenheid om terug te schrijven. Dat hoop ik in ieder geval, dat hij mij terug wil schrijven. Dat hij het kan weet ik wel, ik heb wel eens brieven van hem gelezen. Interessant leesvoer. Ik kan het je zeker aanraden! Ze staan op het internet. Net zoals zijn biografie, al heb ik deze nog niet gelezen. Iets wat ik zeker ga doen, als ik genoeg geld heb om deze te kopen. Maar je hebt nog steeds geen antwoord gegeven op mijn vraag. Wat vind je van mijn brief?

Wacht! Ik vergeet helemaal iets. Ik ben dan niet bezig met een nieuw project. Daar wil ik eerst het antwoord van Dennis Nilsen voor afwachten. Zijn brief zal mij zoveel inspiratie opleveren. Ik beef al bij de gedachte, zie je het. Nee, inderdaad. Ik heb geen nieuw project. Niets in de schuur. Ik heb iets speciaals voor jou, omdat ik wist dat je zou komen. Het is boven. Een tussendoortje. Niet echt een project, maar gewoon plezier maken. Kom, ik zal het je laten zien. Kom. Ik ben zo benieuwd wat je ervan vind!

Kijk. Ze is zeven. Ik heb haar eergisteren gevonden. Is ze niet mooi? Als je wil mag je even je gang gaan. Ik weet dat je het wilt en jij weet het ook. Ik zie het aan je ogen. Kom op zeg, geen schroom. Ik weet dat je het wilt. Godsamme, je bent wel preuts zeg. Goed, ik ga wel naar beneden zodat je even alleen je gang kan gaan. Zie je nou wel dat je wilt. Ik wist het wel! Ja, de instrumenten heb ik expres zichtbaar opgehangen. Dat is leuk. Moet je straks maar de angst in haar ogen zien als je iets van de muur pakt. Ik kan je die aanraden. Ja, die. Daarmee heb ik al vele uurtjes plezier met haar gehad. En het mooie is dat ze niet tegen je begint te praten met zo'n vervelend kinderstemmetje. Zodra ze binnen was heb ik haar tong eruit gesneden. Wat? Het bloeden? Jezus, moet ik dat echt uitleggen. Gewoon dichtbranden. Heet stukje ijzer en lekker schuren over de open plek. Geeft een heerlijk geluid en ook een lekkere geur. En over de angst in de ogen maar te zwijgen, maar goed. Dat was toen en nu ben jij aan de beurt. Veel plezier! Wil je wel een beetje opruimen als je klaar bent. Ja, natuurlijk weet ik dat. Ik zeg het er graag even bij. Geen verrassingen en zo. Oja. Als je klaar bent en je wilt jezelf wassen. Daar is de badkamer.

Zo, daar nam je even de tijd voor! Je bent meer als twee uur boven geweest. Ja, ik weet dat je ook gedoucht hebt. Dat hoorde ik. Maar toch. Knappe prestatie voor iemand die niet gewend is. Ik zie aan de glinstering in je ogen dat je heel veel plezier hebt gemaakt. Ze is nog wel een beetje heel? Ach, dat bloed maakt niet uit! Maak je daar maar geen zorgen over. Is ze nog in leven? Mooi. Dan heb ik nog wel een paar dagen plezier. Ik ben in ieder geval blij dat jij plezier hebt gehad. Ze was toch ook een beetje voor jou in huis gehaald. Een soort cadeautje voor je, om te vieren dat we elkaar ontmoet hebben. Het gebeurt toch niet vaak dat gelijke geesten elkaar ontmoeten. Niet op deze manier tenminste. Ik mag jou wel.

Wil je nog koffie? Of iets sterkers? Haha. Ja, dat is waar. Momentje. Ik schenk even wat in. Wil ik daarna alles van je horen. Hoe keek ze. Wat deed ze. En nog veel belangrijker, wat deed jij? Vertel mij alles, dat inspireert mij ook weer. Ik denk dat het nog inspirerender is dan een brief van Dennis Nilsen. Vertel mij alles. Ik hang aan je lippen!